Eindelijk zou alles echt beginnen; over een teruggevonden gedicht

Iemand twittert een foto van mijn gedicht ‘Mes’ uit de bundel De Stoofsteeg en andere gedichten, die in 1999 bij Perdu verscheen. Volgens mij heeft Perdu nog exemplaren. Ik had het gedicht jaren niet gezien en er jaren niet aan gedacht, daarom las ik het alsof het van iemand anders was. Ik vind het een goed gedicht, al zou ik het woord ‘beklijf’ tegenwoordig proberen te voorkomen. Het is een agressief gedicht, seksueel geladen, dwingerig, – het is, kortom, een autobiografisch gedicht, zoals de meeste gedichten autobiografisch zijn, maar daarmee is het nog niet ‘echt gebeurd’. Het is autobiografisch omdat het de obsessies die ik had, of heb, probeert aan te raken. Zonder ergens voor terug te schrikken. De tegenstelling tussen het ‘harde’ mes en het ‘zachte’ vlees werkt goed. In de een-na-laatste strofe roep ik het mes op om te smelten, om net als het vlees waarin het ronddraait zacht te worden. De laatste strofe trekt dat weer terug. Niet het evenwicht, maar de agressie is hersteld. Doorgaan met het lezen van “Eindelijk zou alles echt beginnen; over een teruggevonden gedicht”

Dan gaan we dezelfde kant op

‘Je weet dat ik geen ego heb,’ zei Wim Brands, als hem iets dwars dreigde te gaan zitten. Daarop volgde een verhaal waarin de collega/concurrent/vriend in een paar alinea’s (die je als het ware voor je ogen zag ontstaan, terwijl Wim sprak) werd gefileerd, omdat deze persoon iets had geschreven of gezegd waar Brands cholerisch van werd. ‘Gelukkig heb je geen ego,’ antwoordde ik dan. ‘Dat is waar; maar jij bent een Limburger. Die snappen dat niet.’ Doorgaan met het lezen van “Dan gaan we dezelfde kant op”

Hoe komt wie vliegt ooit tot bedaren – over Jan Emmens

Vogel

De bomen kregen een betekenis
die zij nog zacht gebarend wilden weren,
maar ’t noodlot was niet meer te keren:
een vogel streek klapwiekend in de wildernis
van takken neer en nu hij roerloos zit
(het licht wordt zo benauwend wit),
denk ik aan dood, verrotte geur van blaren,
hetzelfde zijn op steeds dezelfde plaats…
Hoe komt wie vliegt ooit tot bedaren,
en wie niet vliegt ooit van zijn plaats?

Doorgaan met het lezen van “Hoe komt wie vliegt ooit tot bedaren – over Jan Emmens”

Die langzaam, onbestemd wegdreven op ijsschotsen

In 2012 verscheen bij de inmiddels verdwenen uitgeverij Compaan De vijftig beste gedichten van Wim Brands. Ik koos de gedichten en schreef er een nawoord bij. In februari 2014 verscheen een herdruk van het boek, die nog steeds te koop is. In de betere boekhandel én online. Hieronder mijn nawoord:

In poëzie kan heel veel gezegd worden, maar nog veel meer verzwegen. De poëzie van Wim Brands bevindt zich ergens op de grens tussen zeggen en zwijgen, alsof de dichter nog niet goed kan (of wil) kiezen wat hij gaat doen. In het gedicht ‘Stoet’ op bladzijde 27 beschrijft hij zijn poëtische procedé, volgens mij. Doorgaan met het lezen van “Die langzaam, onbestemd wegdreven op ijsschotsen”