Lezen (47)

Wat is het gewone leven? Dat is: uit je bed komen, werk verrichten, boodschappen doen, op internet rondhangen, huishouden, gezinsdingen ondernemen, liefdesperikelen ondergaan, tv kijken en muziek luisteren, slapen, dromen. Is deze definitie bij benadering correct, dan gaat Park van Willem Claassen over het gewone leven. De hoofdpersoon, Willem geheten, heeft een gewoon leven. Zelf heeft hij daar weinig gedachten over. Het overkomt hem, hij ondergaat het.

Het is moeilijk te zeggen of de hoofdpersoon veel geestelijk leven bezit. Mocht het zo zijn, dan weet Claassen dat met verve voor ons verborgen te houden. De lezer krijgt de buitenkant van het niet heel spectaculaire verhaal te zien. Een jongen die zijn meisje kwijt raakt, op een vakantiepark in een woonwagen zonder wielen gaat wonen, op zijn werk (welk werk?) een nieuw lief verwerft, naar Thailand gaat om zijn vriend (de eigenaar van de woonwagen) en zijn Thaise vrouw op te zoeken en, uiteindelijk, terug in Nederland, verhuist naar een etage in (denk ik) Nijmegen. Doorgaan met het lezen van “Lezen (47)”

Lezen (43)

Park van Willem Claassen is me aangeraden en ik ga het boek lezen. Vandaag zag ik op Facebook een recensie die in De Morgen stond. Het was een positief bedoelde recensie. Ik plak hem onder dit stukje.

Het zijn dit soort zinnetjes die mij min of meer storen: ‘Even denk je dat de hoofdpersoon uit de bol zal gaan, maar daarvoor is hij te nuchter (…)’ en Park is een autobiografisch verhaal dat pijnlijk herkenbaar is. Over de eenzaamheid van iemand die altijd maar normaal zijn en het onvermogen om een uitweg te vinden uit een leven dat in theorie wel gesmeerd loopt. Claassen beschrijft ontroerend eerlijk hoe het leven van een jonge gezonde kerel kan haperen als een kapotte klok.’

Je ziet de recensent (een initialenmens) tevreden achterover leunen. Wat een tekst! Licht-ironisch, maar toch in prijzende zin bedoeld. Misschien een beetje noch vlees noch vis. Zoiets hoeft de pret echter niet te drukken. Waarom zou het? In het spel tussen recensent en auteur is hier precies gedaan wat er moet worden gedaan. De recensent heeft zijn veren uitgezet en de auteur, een nieuweling in het grote netwerk dat literatuur heet, is met stroop besmeerd. It was good for both.

De drie bolletjes (op een maximum van vijf) steken daar een beetje pover bij af. Alsof ze, bij zoveel enthousiasme, een uit de harde realiteit afkomstig tegenwicht moeten bieden. De recensent wikt, de eindredacteur beschikt. Het gaat hier om een jonge gezonde kerel, dat zal het zijn: die hebben in wezen niks te zoeken in de letteren. Ondanks die kapotte klok.

Nog één zinnetje, waarmee de recensent de stijl van Claassen wil vangen: ‘gebalde zinnen, bloedeerlijke, verwonderende observaties zonder pathetiek, die ontroeren en vooral op de lachspieren werken.’ Wat een emotionele achtbaan! Hopelijk gaat de recensent er niet aan onderdoor.