Veldeke de warrige

Veldeke verhaspelt alles rond Servaas.
Hij strooit wat zand over de letters, droomt
over zijn goede werk in Tongeren. Een ziel
stijgt rein ten hemel, maar hij ziet het niet.

Hij denkt. Zijn minnelied is bijna af. Kijkt
naar het uitzicht dat zijn raam hem geeft
en zucht als hij aan haar, zijn Muze, denkt.
Herinneringen aan zijn jeugd. Lavina en

Eneas dringen zich ontroostbaar aan hem op.
Een bruiloftslied. De stichting van een rijk,
bijvoorbeeld in Maastricht. Hij schrijft.
En voelt zich als een standbeeld zo versteend.

© Chrétien Breukers