Dmitri Danilov: Zwarte en Groene

Wat een boek: Zwarte en Groene van Dmitri Danilov, in 2008 uitgegeven door Douane. Deze novelle, of is het een roman?, lijkt er wel in één lange sessie uitgegooid; Danilovs stijl is bijna snauwerig, kort-af: ‘Om vier uur op, naar het Jaroslavstation. Zomer, lekker fris, heerlijk. Kaartje kopen. Stoptrein naar Aleksandrov I. Ja, je hebt immers ook nog Aleksandrov II.’ Ik las eerder de ‘dichtbundel’ Het saaie, het gewone en de ‘voetbalroman’ Er zijn belangrijker dingen dan voetbal, en die waren uit ongeveer hetzelfde materiaal opgetrokken. Doorgaan met het lezen van “Dmitri Danilov: Zwarte en Groene”

Over poëzie, en over Arjen Duinker

J.C. Bloem debuteerde in 1921, maar werd pas een jaar of 35 later een nationale poëzieknuffelbeer, toen de ooievaarpocket Doorschenen wolkenranden (een titel die aan een huidziekte doet denken) verscheen. Veel gedichten voor weinig geld, het werkte. Daarna was er geen houden meer aan. J.C. Bloem werd een dichter waar een ‘som van misverstanden’ omheen ontstond. Dát was nog eens een dichter. Een lijdende, lichamelijk grotendeels uitgeschakelde man die in vijf of zes klassiekers het ‘universele levensgevoel’ vastlegde. J.C. Bloem wás poëzie en poëzie was vanaf dat moment J.C. Bloem. Ik weet niet of hij nu nog veel wordt gelezen, maar ik weet wel dat hij veel is gelezen — en zijn invloed is tot op de dag van vandaag terug te vinden, in het werk van Menno Wigman bijvoorbeeld (deels ten positieve), of in het werk van Pieter Boskma (weerkaatst door een lachspiegel). Doorgaan met het lezen van “Over poëzie, en over Arjen Duinker”