Fragment uit: Twee zomers van Erik Orsenna

Een meanderende roman, zo wordt Twee zomers van Erik Orsenna, vertaald door Marijke Arijs, op de website van uitgeverij Vleugels genoemd. Dat klopt, en klopt niet. Ik vind de roman meer iets weg hebben van de golfslag om een eiland; het is dan ook niet toevallig, denk ik, dat het verhaal zich op een eiland in Frankrijk, of voor Frankrijk, afspeelt. Waar dat verhaal over gaat? Dat is een interessante vraag, waar ik niet helemaal antwoord op kan geven.

We maken kennis met een voormalige minnaar of lieveling van Jean Cocteau die op het eiland bezig is met de vertaling van Ada van Vladimir Nabokov. Omdat hij jaar in jaar uit de deadline niet haalt, wordt de hulp ingeroepen van alle eilandbewoners en eilandgasten die Engels spreken. We maken kennis met vaste eilandbewoners, met een mevrouw De Saint-Exupéry, met meneer Fernández, met de postbode en twee oma’s, die Marguerite en Colette heten; we volgen de periode van twee zomers, waarin het iedereen wel, of misschien toch niet, lukt om Ada vertaald te krijgen. We maken, ook, kennis met een ik-persoon en met een uit het gehate Parijs overgekomen assistent-uitgever, die het manuscript aan de vertaler(s) probeert te ontfutselen.

Het verhaal is, wil ik maar zeggen, niet zo 1, 2, 3 samen te vatten. Aan het eind weet je nog niet wat je precies gelezen hebt, waardoor je het boek gelukkig moet herlezen. De roman is er gewoon, ongeveer zoals een eiland nergens begint en nergens eindigt en toch een grens heeft. Een cirkel van twee seizoenen groot. Twee zomers is een heerlijk boek!

Oh ja. Er wordt een mooie ‘traditie’ beschreven, die iets te maken heeft met het vangen van schaaldieren én met het loslaten van allerlei hinderlijke gewoontes, het claustrofobische leven op een eiland eigen. Een letterlijke uitbraak dus. Dat is het onderwerp van het hieronder gegeven fragment:  Doorgaan met het lezen van “Fragment uit: Twee zomers van Erik Orsenna”