H.M. van den Brink over Bruna en Simenon

dick-bruna_t-is-weer-pocket-weer_1967_-copyright-mercis-bv-e1439202482929‘Een Maigret lees je dan ook niet op zoek naar de ontknoping, maar om het plezier van alles eromheen.’ Dat schrijft H.M. van den Brink in zijn column voor De Groene Amsterdammer van 1 maart. Dat klopt. Want in een Maigret is geen ontknoping. Een Maigret bestaat, zoals ik ergens schreef, alleen uit sfeer, met Maigret als de onbewogen beweger die alles, op den duur, voorziet. Van den Brink hééft het in zijn column over Simenon, en over Maigret, maar wil het éígenlijk hebben over de twee zielen die in de tekenaar Dick Bruna actief waren. Doorgaan met het lezen van “H.M. van den Brink over Bruna en Simenon”

Lezen (71)

MIjn opa rookte pijp. Dit heeft me voor de rest van mijn leven besmet met het idee dat mensen die pijp roken aardig zijn. Schrijvers die pijp roken bevestigen dat idee niet per se. Was Mulisch aardig? Of Simenon? Ik denk het niet, en toch zie ik Simenon altijd wel graag, op foto’s en in filmpjes, eeuwig met die pijp in de weer.

De reden waarom ik een auteur wel of niet mag, en dat is inderdaad vaak een persoonlijke kwestie, blijft meestal onberedeneerd, is afhankelijk van dezelfde processen die ook een rol spelen bij het al dan niet mogen van niet-schrijvende medemensen. Alle uitleg, elke literatuurbeschouwing, is een voetnoot bij het onberedeneerde.

Doorgaan met het lezen van “Lezen (71)”

Lezen (44)

Iedereen die boeken leest, kent het. Zo lees je een of twee boeken per dag, of in elk geval een aantal boeken per week, en zo lees je weken helemaal niets. Nou ja, niets is overdreven. Maar je leest ineens weken geen boeken meer. Zoals iemand voor de kledingkast kan staan en kan uitroepen: ‘Ik heb niets meer om aan te trekken’, zo kan de lezer voor zijn kast of kasten of bibliotheekmeubel staan en verzuchten: ‘Ik heb niets meer om te lezen.’

Dat is, letterlijk genomen, niet waar. Sterker: dat is totale onzin. Er zijn miljoenen boeken die hij (ik) zou kunnen gaan lezen en in huis zijn er sowieso ergens tussen de 500 en de 1000 boeken die hij (ik) ter hand kan nemen. Hij (ik) kan zelfs gaan herlezen, die heerlijke bezigheid. Maar wat is herlezen? Is dat niet een bezigheid die het nutteloze van het lezen aan het daglicht brengt en onderstreept? Doorgaan met het lezen van “Lezen (44)”

Lezen (28)

Laatst las ik de biografie De man met de drietand die Jan van der Vegt schreef over Jan Elburg. Ik had me, voor ik begon te lezen, voorgenomen er een interessant stukje over te schrijven, zélfs als de onvolprezen Van der Vegt toch weer in zijn heel soms wat hinderlijke Polygoon-toontje zou vervallen.

Nu ik het boek een week of drie uit heb, is dat voornemen verdampt. Sterker nog: het lukt me niet om zelfs maar het begin van een idee of zelfs maar een eerste zin te formuleren. De biografie lijkt te zijn verneveld in mijn hoofd, en het beeld dat ik van Elburg heb, is te contourloos en te vaag. Of eerlijk gezegd: ik heb geen beeld van hem.

Is Elburg dan geen interessant dichter? Zeker. Hij heeft zelfs heel sterke verzen én bundels gemaakt. Maar op een paar klassiekers na, zijn ook de gedichten van Elburg, door dezelfde Van der Vegt gebloemleesd onder de titel Ik zie scherper door de taal, de afgelopen weken niet in staat gebleken de snaren van mijn gemoedsleven blijvend aan het trillen te krijgen.

Het zit er gewoon niet in, tussen Elburg en mij, en tussen de biografie en mij eveneens niet.

Soms heb je dat. Een schrijver kan nog zo getalenteerd zijn, of interessant, of de moeite van het lezen waard; mensen kunnen je honderd keer aan je kop zeuren over titel X van Die-en-Die: is er geen ‘klik’ tussen auteur en lezer, dan gaat het feest niet door.

Jan Wolkers, Hella Haasse, Rudy Kousbroek, H.C. ten Berge, Elisabeth Eybers, Ezra Pound, James Joyce, Mary McCarthy – en nu dus Jan Elburg. Je hoort veel goeds over die mensen, maar hun werk is mij over het algemeen helaas niet zeer lief.

Ik las de afgelopen jaren met groot plezier een of meer werken van Boudewijn van Houten, Theo Kars, Aleidis Dierick, Arthur Schopenhauer en Jacques Gans. Oh ja, en een hele reeks romans van Simenon en twee sterke thrillers van Patricia Highsmith.

Dus ik wil maar zeggen: ik ben niet helemaal van de straat, al heb ik wellicht wel een smaak die niet helemaal past in de literair-correcte wereld, – een wereld waar ik ondanks alles met een grote, gefnuikte liefde van houd.

(Het gekke is dat ik twee van zijn gedichten dan weer echt geweldig vind. Maar ja. De rest ben ik dus vergeten.)