In de metro (29; in de trein van Schiphol naar Den Haag)

In de trein van Schiphol naar Den Haag verbaas ik me over de mooie nieuwe treinen die de NS blijkbaar heeft gekocht. Het geheel ademt een zinloze, en daarom hoge, vorm van ontwerpen uit. Je kunt er eigenlijk niks mee, met deze trein, behalve er in zitten en je redelijk comfortabel naar je eindpunt laten brengen. Deze trein is als een leven zonder wrijving en daar kan ik een half uur wel tegen. Naast me zit een man. Er groeien witte haren uit zijn neus. Als ik niet te vaak kijk, blijft mijn stemming onaangetast. Tot hij een appel uit zijn tas haalt en die een seconde of dertig opwrijft aan de mouw van zijn jas. Doorgaan met het lezen van “In de metro (29; in de trein van Schiphol naar Den Haag)”