Een brief aan Robert Smith

In mijn droom woonde ik in een huis dat ik niet kende. Ik had een brief geschreven aan Robert Smith en een brief aan iemand anders, ik wist niet wie. Omdat ik had gelezen dat er net postzegels waren uitgegeven, gewijd aan The Cure, misschien was er een jubileum rond de band te vieren, dacht ik: Dat is leuk, een brief aan Robert Smith frankeren met een postzegel waarop The Cure staat, misschien krijg ik wel een zegel waar hij zelf op staat, waarschijnlijk ben ik de eerste die zoiets doet en dan moet hij daar om lachen. Of glimlachen. Doorgaan met het lezen van “Een brief aan Robert Smith”

The unhappy king of snooker – over Ronnie O’Sullivan

Als Ronnie O’Sullivan niet wint, had hij kunnen winnen. Zijn talent is zo groot, en allesomvattend, dat je alleen met moeite van hem kunt winnen. Van hem verliezen spreekt vanzelf. Van hem winnen is een tweevoudige triomf: op O’Sullivan en op het eigen, minder grote en allesomvattende, talent. Ronnie is altijd onzeker én tegen de keer. Hij past niet binnen de krijtlijnen die zijn sport afbakenen. Daarin lijkt hij op andere grootheden, zoals bijvoorbeeld Johan Cruijff: hij is een rebel en een ziener, een brok marmer waar af en toe een fragment vanaf valt, iemand die zijn talent soms aan stukken probeert te slaan en die altijd helemaal alleen staat, omdat niemand bij hem in de buurt kan komen. Doorgaan met het lezen van “The unhappy king of snooker – over Ronnie O’Sullivan”