Fragment uit: The Argonauts van Maggie Nelson

Maggie Nelson schrijft in alle genres, over alles. Ze beschrijft de manier waarop haar proza tot stand komt zo (in dit interview): Usually I do a lot of reading or research until something takes possession of me. I think of research like throwing lots of crap in a cauldron — bones, feathers, blood, everything — and turning up the heat: eventually it has to come to a boil. (Whether you make something edible is a different question.) Or, let me put it this way: Often a baby in a subway station will scream back at a loud train hurtling through. If you send a train of information hurtling through your brain often and fast enough, and if the train screeches loudly enough, you may eventually find yourself yelling back.

The Argonauts is een boek over een grote liefde, over het krijgen van een kind én over de grens tussen verschillende genders, een grens die diffuus is en op allerlei manieren kan worden overschreden. Daarnaast is het boek een ode aan de (feministische) literatuur. Ik heb nu drie boeken van Nelson gelezen, naast The Argonauts nog The red parts en Bluets. Alledrie boeken die je kijk op literatuur van het ene moment op het andere omgooien en toch helderder maken. Zó kun je dus, óók, schrijven. Schrijven alsof je leven en je lichaam ervan afhangen. Want zo is het, of hoort het te zijn. Nelson maakt in één klap een einde aan een heleboel van die fijnzinnige romans, ‘au fond dieppsychologische romans’ bijvoorbeeld, vol met verhalen, over ‘het oude Europa’- romans die bedoeld zijn om de lezer met zoiets als ‘empathie’ op te zadelen. Het proza van Nelson is het mes op de huid. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit: The Argonauts van Maggie Nelson”

De Tour en de verveling (en Tom Dumoulin en mijn vader)

Tussen mijn tiende en mijn zeventiende keek ik in de zomer altijd elke dag naar de Tour de France, meestal via de Vlaamse televisie. Het waren heel andere tijden, soms kon een helikopter niet opstijgen en zat je uren naar een klok te kijken waarvan de wijzers almaar verschoven: de rechtstreekse uitzending begint om 15.00, 15.10, 15.30 et cetera.

Doorgaan met het lezen van “De Tour en de verveling (en Tom Dumoulin en mijn vader)”

En toen aten we zeehond

‘Schrijven in fragmenten: de fragmenten zijn dan steentjes op de omtrek van de cirkel: ik stal mezelf rondom uit: heel mijn kleine universum in brokken; en in het middelpunt, wat is daar?’ Dat is een citaat van Roland Barthes, uit Roland Barthes door Roland Barthes, vertaald door Michel J. van Nieuwstadt en Henk Hoeks en uitgegeven door SUN in 1991. Ik heb het altijd een mooi beeld gevonden. Losse stukken die samen een geheel vormen en toch iets verhullen. Barthes’ woorden schoten me te binnen tijdens het lezen van En toen aten we zeehond van Nicoline Timmer. Doorgaan met het lezen van En toen aten we zeehond

Neurotisch lezen

vdi9789023456568Gisteravond las ik het eerste boek van Die Leiden des jungen Werthers. Niet omdat ik een aanval van cultuur had, maar omdat Roland Barthes regelmatig naar het boek verwijst in zijn studie Uit de taal van een verliefde en die ben ik aan het herlezen omdat ik wil weten of Barthes de tand des tijds heeft doorstaan, voor mij (en het antwoord is: deels). Omdat ik voor mijn nieuwe roman ook iets wil weten over Franz Schubert bladerde ik tussen de bedrijven door in Schubert, de biografie van Hans J. Fröhlich. Een moeizaam boek, want Fröhlich wil alle zinnen die hij schrijft tot de nok toe vullen met zijn kennis en hij hanteert een Duitse slopersstijl die alleen bij grootheden als Johann Wolfgang von Goethe of Thomas Mann wel fijn is. Doorgaan met het lezen van “Neurotisch lezen”