Lezen: Ralf Mohren

Over De hemel is zwart vandaag van Ralf Mohren.

Wie naar de andere kant van de zee verhuist, verhuist niet van ziel (‘Caelum, non animum mutant, qui trans mare currunt’). Dat is een waarheid als een koe. Bedacht door Horatius die deze woorden geschreven had kunnen hebben naar aanleiding van de nieuwe roman van Ralf Mohren: De hemel is zwart vandaag. Het boek ‘gaat’ over de leraar Nederlands Arthur Poolman die aan het eind van de jaren negentig van de twintigste eeuw voor drie jaar naar Curaçao gaat en daar binnen twee jaar fiks verloren loopt. In ‘een web van drank, goedkope seks, ontworteling en waanzin’, zou een middelmatige recensent schrijven. Ik zou zeggen: Hij raakt van het pad en merkt dat hij zijn ziel in zijn thuisland (Nederland, Limburg) heeft achtergelaten en niet kan missen. Doorgaan met het lezen van “Lezen: Ralf Mohren”

Van boek naar boek: Boeli van Leeuwen

Ik herinner mij een gesprek met Jos Knipscheer. Eind jaren tachtig (van de vorige eeuw). Het ging over de romans van Tip Marugg en Boeli van Leeuwen. Volgens mij was Marugg net genomineerd voor een grote prijs. Dat vond Jos Knipscheer weliswaar terecht, maar toch beviel het hem niet dat Van Leeuwen niet genomineerd was, of nooit genomineerd werd, het was hoe dan ook een schande dat Van Leeuwen minder werd omarmd door het grote publiek dan Marugg.  Doorgaan met het lezen van “Van boek naar boek: Boeli van Leeuwen”

Toespraak Ralf Mohren in Boekhandel Wim Krings, 27 maart 2014

Bij de boekpresentatie van Een zoon van Limburg 27 maart 2014 te Sittard

Chrétien Breukers zag ik voor het eerst in café Maria in Utrecht. In een opwelling had ik besloten om ’s ochtends van mijn woonplaats Eindhoven naar Utrecht te gaan om de Sittardse muzikant Skinnie te zien. Ik volgde hem en de rest van de Limburgse band Herberg de Troost voor wat eens een boek moest worden.

Er waren geen of nauwelijks betalende bezoekers. Toch zei Skinnie toen we buiten stonden te roken en naar de langslopende vrouwen keken:

‘Ik heb zin om te spelen.’

Na een paar nummers verdubbelde het publiek, want Chrétien kwam het café binnen. Hij ging zitten, bestelde een trappist en samen luisterden we naar Skinnie die ons, helemaal in Holland,  een privéconcert gaf.

Veel zeiden we niet en dat hoefde ook niet.

Een paar maanden later zag ik hem – weer in Utrecht – bij de oversteek naar de Damstraat. Hij met de fiets. Ik te voet. Ik herkende hem, maar wist niet wat te zeggen en zei dus niks.

Om een dag later veilig vanachter mijn computer een berichtje naar hem te sturen:

‘Hé, zag ik jou gisteren niet in Utrecht, bij de Damstraat?’

Limburgser dan dat krijg je het niet. Doorgaan met het lezen van “Toespraak Ralf Mohren in Boekhandel Wim Krings, 27 maart 2014”