De avond ademt als een aangezicht (over Rainer Maria Rilke)

Rainer Maria Rilke kwam van ver. Hij begon als dichter van sentimentele versjes en werd pas na een decennium zwoegen de schepper van het marmeren en albasten oeuvre die hij nog steeds is. Het gedicht dat ik hieronder citeer is uit zijn ‘ontwikkelingsjaren’ die vallen tussen 1898-1902. Rainer was toen tussen zijn drieëntwintigste en zijn vijfentwintigste. In die jaren had hij een relatie met Lou Andreas-Salomé, de zeer getalenteerde, zeer vrijgevochten geleerde en schrijfster (en muze van zo veel schrijvers in die tijd). Doorgaan met het lezen van “De avond ademt als een aangezicht (over Rainer Maria Rilke)”