Voorpret om Arno

arnoVorige zomer zag ik Arno Hintjes, bij Café Manuscript in Oostende. Hij stond voor de deur te bellen. Rob van Essen en ik passeerden hem en gingen naar binnen, zonder te zeggen:’Hé, daar heb je Arno.’ Maar we herkenden hem allebei, meteen, alsof hij een levend standbeeld was dat Arno Hintjes voorstelde. Ik was vroeger een soort fan van TC Matic en Arno is daar altijd bij blijven horen, bij die tijd en bij die band. Zijn solocarrière duurt nu al eenendertig jaar, veel langer dan de zes jaar die TC Matic bestond, maar het lukt me nooit helemaal om hem los te zien, om hem zijn individualiteit te gunnen. Doorgaan met het lezen van “Voorpret om Arno”

Kleine dingen & de vrijheid

Op sommige dingen kun je altijd bouwen. Als je net je fiets van het slot hebt gehaald, begint het te regenen. De trein die je echt niet mag missen om op tijd te komen, heeft vijftien minuten vertraging. In de supermarkt is het brood uitverkocht, op drie halfjes melkwit na. Yuri van Gelder neemt een biertje samen met zijn Braziliaanse vriendin en moet naar huis. Want de sportbestuurders kunnen het niet hebben dat iemand een slecht ‘rolmodel’ is voor de jeugd en voor andere sporters. Alsof je hele leven in de ringen hangen zo’n fijn voorbeeld is. Bovendien: Maurits Hendriks, dat is een lekker ding. Wat ik maar wil zeggen, is: na mijn terugkomst uit Oostende gaat in Nederland alles fout en slaat het zinloos moralisme als altijd keihard toe. Het lijkt wel een patroon. Doorgaan met het lezen van “Kleine dingen & de vrijheid”

There is a light and it never goes out

13977792_10210382011333030_1516882925_oVrijdagnacht liepen Miekel en ik over de Albert I-promenade in Oostende. Hij vroeg me wat ik zo bijzonder vind aan de stad, iets wat ik niet meteen kon beantwoorden. Ik had de juiste woorden niet paraat en zei daarom: ‘Het is zoiets als jouw liefde voor de Beatles.’ Miekel is al een decennium of vier fan van de Beatles, waar hij alles van weet. Toen ik op de middelbare school zat werd ik daarom een tijdlang fan van de Rolling Stones, een dwaalleer die ik inmiddels, opgelucht, heb verlaten. Je kunt niet eeuwig een puber blijven. Zo gemakkelijk kwam ik er natuurlijk niet mee weg. Doorgaan met het lezen van “There is a light and it never goes out”

We dachten dat het Wim was

13950589_10210374806232907_1434163831_oToen Miekel en ik de muziekzaal van De Grote Post inliepen, stond een stelletje te zoenen. Miekel ergerde zich onmiddellijk. We zijn toch geen zestien meer, zag je hem denken. Even later, we waren inmiddels achterin de zaal, kwam het stelletje onze kant oplopen. ‘Die man lijkt erg op Wim Helsen,’ zei ik. ‘Hij lijkt er wel op, maar volgens mij is hij het niet,’ zei Miekel. (niet-)Helsen en zijn veel jongere vriendin gingen tegenover ons zitten, op de trappen naast het podium. De vrouw was duidelijk verliefd. De man hield het een beetje af, al liet hij zich soms verleiden tot een innige tongzoen, waarbij vooral haar tong overuren maakte. Doorgaan met het lezen van “We dachten dat het Wim was”

Domweg gelukkig & beaat lachen naar Tom Lanoye

13902199_10210304733081122_1999217692_oToen ik vanmiddag om 13:19 uur in Oostende arriveerde en de eerste zeemeeuwen hoorde, besefte ik ineens iets heel wezenlijks: als ik in Oostende ben, ben ik gelukkig. Het gevoel overkwam me, zonder voorbehoud. Een van de plekken waar ik oud zou willen worden, af en toe kijkend naar de zee, elke dag rondwandelend door die fascinerende stad, is Oostende (hallo lieve uitgever, die een appartement wil kopen waarin ik twee meesterwerken ga schrijven – het huis is alleen van mij als er minder dan 150000 exemplaren van die twee boeken worden verkocht, dus een echt risico loopt u bij de huidige vastgoedprijzen niet). Mijn Mekka, of Gran, ligt op een kilometer of twintig à dertig van Brugge. Doorgaan met het lezen van “Domweg gelukkig & beaat lachen naar Tom Lanoye”

Denken aan Joseph Roth

Hotel Savoy in Łódź. Nog steeds te bezichtigen.
Hotel Savoy in Łódź. Nog steeds te bezichtigen.

Omdat ik volgende week naar Oostende ga, denk ik aan Joseph Roth. De schrijver verbleef ook een poos in deze stad, maar niet in een van alle gemakken voorzien appartement aan de Hertstraat. Hij moest er, zoals altijd sinds hij in 1933 uit zijn taalgebied in ballingschap was gegaan, bedelen om het bestaan. Vaak deed hij dat bij Stefan Zweig – een veel minder goede schrijver dan Roth, maar wel veel rijker en soms bereid om zijn vriend uit de nood te helpen; al had Roth toch wel wat te jammeren over de selectieve vrijgevigheid van de wereldberoemde Stefan, bijvoorbeeld als die hem alleen een afgedragen jasje gaf, zonder de bijpassende broek. Roth vond, terecht overigens, dat hij beter (en vooral meer) verdiende. Doorgaan met het lezen van “Denken aan Joseph Roth”