In de metro (32)

In het metrostation, vlakbij de doorgang naar de roltrappen, ligt een man op de grond. Hij stinkt, hij is oud en hij bloedt. Naast hem staat een veiligheidsbeambte die hem vragen stelt. Hij geeft geen antwoord. Hij veegt bloed uit zijn gezicht met een paar servetjes van bakkerij PAUL. Ik blijf staan om te kijken. Ik vertrouw de beambte niet. Misschien is hij degene die de man zijn bloedende hoofdwond bezorgde. Dat lijkt niet te kloppen. Er komen twee ambulancebroeders naar beneden. Ze voegen zich bij de beambte en vragen aan de zwerver — je kunt wel zeggen dat de man er als een zwerver uitziet, en dus, zeer waarschijnlijk, een zwerver is — wat er met hem aan de hand is. Het gaat špatný. Ja, dat hadden we al gezien. Doorgaan met het lezen van “In de metro (32)”