In de metro (15)

Soms zit de vrouw die op Gloria Wekker lijkt in de metro. Ze is niet donker en niet licht. Haar huid is half-zwart met witte vegen. Ze heeft een afrokapsel. Als ik op de enkele plek helemaal achterin de coupé ga zitten, kijkt ze verontwaardigd. Ze heeft ze het onverwoestbare idee dat dit haar plek is. Meestal lukt het me om haar net voor te zijn. Haar gezicht blijft tot Jinonice op oorlog staan. Daarna negeert ze me, mokkend, die andere stoel zit toch minder. Ze moet er altijd uit op Můstek. Doorgaan met het lezen van “In de metro (15)”

In de metro (14)

In de metro denk ik aan Pierre Plum. Hij is iemand die ik ooit kende, op Facebook. Een man die zo veel weke cultuur uitwasemt dat je je eigenlijk niet kunt voorstellen dat hij vast voedsel tot zich neemt. Tegenover me zit een kale man met een ouderwetse bril. Hij draagt een grijs overhemd en een broek die, voor de zestigste wasbeurt, zandkleurig is geweest. Alles aan de man is kleur-diffuus. Hij mummelt een beetje, zonder iets te zeggen. Hij leest Hermann Broch in het Tsjechisch. Náměsíčníci, Die Schlafwandler. Zo kleurloos en toch verdiept in het mooiste wat de literatuur te bieden heeft, moet Pierre zijn. Broch lezen maar die dan vervolgens in een posting helemaal vermalen, tot een soort brij kauwen en dan langzaam, verlekkerd, doorslikken. Doorgaan met het lezen van “In de metro (14)”