In de metro (15)

Soms zit de vrouw die op Gloria Wekker lijkt in de metro. Ze is niet donker en niet licht. Haar huid is half-zwart met witte vegen. Ze heeft een afrokapsel. Als ik op de enkele plek helemaal achterin de coupé ga zitten, kijkt ze verontwaardigd. Ze heeft ze het onverwoestbare idee dat dit haar plek is. Meestal lukt het me om haar net voor te zijn. Haar gezicht blijft tot Jinonice op oorlog staan. Daarna negeert ze me, mokkend, die andere stoel zit toch minder. Ze moet er altijd uit op Můstek. Doorgaan met het lezen van “In de metro (15)”

In de metro (13; denken aan Remco Campert)

In de metro zit iemand die gisteren heel veel knoflook heeft gegeten. Het is echt niet te harden, de lucht van bedorven maagsappen golft af en aan, ongeveer zoals verontwaardigde meningen af en aan golven in een talkshow. Per halte word ik gemiddeld drie keer overspoeld met die walm, een combinatie van wat er uit een open riool opstijgt en de geur van bedorven vlees. Mijn zeer oude buurvrouw is het niet, ik heb haar tussen Anděl en Smíchov stiekem besnuffeld. Ze ruikt lekker, die oude vrouw, naar nog degelijk geluchte kleding en iets als Kölnisch Wasser, iemand die als oma heel goed kan functioneren en haar kleinkinderen iets geeft om met weemoed aan terug te denken. Als ze kleinkinderen heeft, natuurlijk, voor hetzelfde geld is het een eenzame vrouw die zich met een zinloze hardnekkigheid (je weet het maar nooit) heel goed blijft verzorgen. Doorgaan met het lezen van “In de metro (13; denken aan Remco Campert)”

In de metro (10)

In de metro zit een meisje te schrijven. Ze gebruikt een schrift en een balpen. Lekker ouderwets. Binnen twee haltes heeft ze al een halve pagina vol. Het is, zelfs als ik heel erg mijn best doe, niet te zien in welke taal ze schrijft. Af en toe kijkt het meisje op: een rond, blozend gezicht. Ze draagt het haar een beetje kunstzinnig, met pieken alle kanten op, en heeft volgens mij niet lang geleden een hennaspoeling genomen. Haar kleding is zwart, ze lijkt op de meisjes uit de jaren tachtig. Ze heeft dezelfde afstandelijkheid. Haar uiterlijk maakt haar tot een eiland in de coupé, veel mensen kijken maar niemand zal haar ooit durven aan te spreken. In de jaren tachtig was iedereen een eiland. Doorgaan met het lezen van “In de metro (10)”

De vermoorde hommel en ‘Do ist der Bahnhof’

1
Vanochtend reisde een hommel mee met de metro. Hij zat eerst op de blote schouder van een vrouw die tegenover me stond. Ik dacht nog: Wat een aparte decoratie en/of manier om een wrat te maskeren. Even later zag ik dat het een echt beest was.

Hij vloog op en begon een toch door het luchtruim. Soms liep hij tussendoor even op de grond. Het duurde twee stations voordat iedereen de hommel in de gaten kreeg. Toen voer de geest van hulpvaardigheid in een aantal medereizigers, die het beest op een krant probeerden te laten landen, waarschijnlijk om hem vervolgens uit te zetten. Maar ja, zo’n hommel heeft dat allemaal niet door en denkt het in de wereld te kunnen redden op eigen kracht – een jammerlijke misvatting. Doorgaan met het lezen van “De vermoorde hommel en ‘Do ist der Bahnhof’”