Thierry Baudet en de klassiek-wording van Menno Wigman

De zon was mij nooit opgevallen als hij niet / steeds onderging. Geen lucht, geen flonkering, geen hoop. / Waarom, mijn lichaam, heb ik nooit in je geloofd? Dit is de slotstrofe van ‘Afscheid van mijn lichaam’, een gedicht van Menno Wigman. De eerste volle zin werd gisteren door Thierre Baudet geciteerd in zijn speech na de verkiezingswinst van het FvD. In dezelfde speech zegt Baudet dat Nederland wordt ondermijnd door mensen die kunstsubsidies krijgen, en Menno Wigman kreeg kunstsubsidies, dus waarom hij toch kan worden geciteerd door Baudet is me een raadsel – maar dat is een ander verhaal. Doorgaan met het lezen van “Thierry Baudet en de klassiek-wording van Menno Wigman”

Over poëzie, en over Arjen Duinker

J.C. Bloem debuteerde in 1921, maar werd pas een jaar of 35 later een nationale poëzieknuffelbeer, toen de ooievaarpocket Doorschenen wolkenranden (een titel die aan een huidziekte doet denken) verscheen. Veel gedichten voor weinig geld, het werkte. Daarna was er geen houden meer aan. J.C. Bloem werd een dichter waar een ‘som van misverstanden’ omheen ontstond. Dát was nog eens een dichter. Een lijdende, lichamelijk grotendeels uitgeschakelde man die in vijf of zes klassiekers het ‘universele levensgevoel’ vastlegde. J.C. Bloem wás poëzie en poëzie was vanaf dat moment J.C. Bloem. Ik weet niet of hij nu nog veel wordt gelezen, maar ik weet wel dat hij veel is gelezen — en zijn invloed is tot op de dag van vandaag terug te vinden, in het werk van Menno Wigman bijvoorbeeld (deels ten positieve), of in het werk van Pieter Boskma (weerkaatst door een lachspiegel). Doorgaan met het lezen van “Over poëzie, en over Arjen Duinker”

Menno Wigman (1966-2018)

Menno Wigman ontmoette ik voor het eerst tijdens de Beurs voor Kleine Uitgevers in 1987. Ik kan me nu bijna niet meer voorstellen dat het ooit 1987 is geweest en toch weet ik uit dat jaar (en uit de periode 1983-1995) soms nog meer dan uit de periode die in 1995 begon en zich nu langzaam naar een einde sleept. Samen met Rob van Erkelens stond ik op die beurs het blad Tristan te verkopen, een literair tijdsschrift (geen spelfout). Menno had een stand voor zijn blad Nachtschade – iedereen was bezig met het maken van blaadjes, het typen van stukken voor blaadjes, het rondbrengen van blaadjes, het verkopen van blaadjes, het ten grave dragen van blaadjes, om vervolgens nieuwe blaadjes op te richten – het was een dynamische én landerige tijd, New Wave was de muziek en als er al werd gedanst, keek iedereen naar beneden tijdens het dansen (‘kwartjes zoeken’). Doorgaan met het lezen van “Menno Wigman (1966-2018)”