Carnaval, uit: Een zoon van Limburg

Ik herinner me de laatste carnavalsavond, waaraan ik actief meedeed. Ik stond in een café in Weert en gleed half uit over een plas kots. Gelukkig viel ik niet. Na mijn uitglijder stond ik naar de hossende massa te kijken en stelde mezelf een vraag: ‘Waarom ben ik hier?’ Die vraag markeerde het begin van het einde van mijn carnavalsloopbaan. Ik wist niet waarom ik het deed, drie dagen door de stad zwalpen, drinken, met vreemde vrouwen omgaan en elke ochtend met een houten kop wakker worden. Sommige Limburgers zeggen dat carnaval een culturele achtergrond heeft, maar die heb ik nooit kunnen ontdekken. Binnen het uur nadat ik mezelf de vraag stelde, zat ik op de fiets naar huis. De band tussen mij en carnaval was definitief gebroken. Hieronder een andere herinnering aan carnaval, opgenomen in mijn prozadebuut Een zoon van Limburg uit 2014. Doorgaan met het lezen van “Carnaval, uit: Een zoon van Limburg”