Een zoon van Limburg: nog steeds actueel

Het Reformatorisch dagblad, een erg goede krant, publiceerde een interessant artikel over Limburg, samenhangend met ‘150 jaar Limburg’. Het stuk ontaardt in een merkwaardig geval van protestante zending, maar toch bevat het zeker in het begin een paar behartenswaardige alinea’s. De kern daarvan: ‘De Limburger bestaat niet.’ Misschien klopt dat, maar deze uitspraak wordt wel gedaan door mensen (een museum-man en een archivaris) die zich ideologisch en cultureel een weg moeten zien te banen tussen de belangen van de provincie en het land. Ze proberen ‘de kwestie’ (die er niet is: want Limburg is net als de Heilige Geest veelvoudig, verdeeld en toch één) in te kaderen, te omzeilen, – ze missen de innerlijke noodzaak en de aandacht voor stijl en compositie die literatuur wel kan bieden. Daarom zou de journalist René Zeeman beter te rade hebben kunnen gaan bij, bijvoorbeeld, mij. Mijn boek Een zoon van Limburg (een zoektocht naar identiteit en het belang van ‘de’ afkomst, is nog steeds te koop. Het begint zo: Doorgaan met het lezen van Een zoon van Limburg: nog steeds actueel”

Perron Poëzie

Het blad Zuiderlucht had lange tijd een rubriek onder de titel “Perron Poëzie”. Er was plek voor 28 dichters (en Huub Beurskens) die allemaal een bijdrage leverden. Enige spelregel: “het gedicht moest veertien regels tellen, het klassieke format van het sonnet.” Medewerkende dichters zij (onder meer): Frans Budé, Emma Crebolder, Luuk Gruwez, Paul Janssen en Hans van de Waarsenburg. Mijn gedicht:

Hoe?

Hoe zal ik u beminnen? Haal ik de harde hand
van stal of heeft u liever eerst muziek en wijn
en ruis van nepsatijnen lakens?

Zal ik voor u een bok doen toebereiden
in zijn eigen melk? Mijn hoeven zet ik
in uw vlees. Mijn woede reageer ik
af op officieren uit mijn leger.

Fijne spijzen voor de lekkerbek.
Schuimgebak laat ik verkruimelen.
Rosbrief door de gieren bijten.
Het land wens ik te drenken: bier en wijn.

Hoe zal ik u beminnen? Nu of later,
tegenwoordig, onvoltooid? Ik ben uw kater
en zo plooibaar als een tafelkleed.

Zondag poëziemiddag in Landgraaf

[persbericht] Zondag 25 april vanaf 13.00u, is het weer tijd voor de Dag van de poëzie in Landgraaf, Limburg. In het mooie decor van Peggy Bonthuis en Tosja Zuyderhoff lezen Najiba Abdellaoui, Anneke Brassinga, Chrétien Breukers, Tom van Deel, Luuk Gruwez, Sylvia Hubers, Leo Herberghs, Tsjêbbe Hettinga, Sjoerd Kuyper, Joke van Leeuwen, Leonard Nolens, Tonnus Oosterhoff, Diana Ozon, F. Starik en Rien Vroegindeweij hun nieuwste werk. Ze worden afgewisseld door boeiende en verrassende entr’actes zoals saxofonist Ton Verhiel, het Duitse duo miLyra, het vocaal ensemble Cantori la Vera dat onder meer een cyclus van de Limburgse componiste Margriet Ehlen zal zingen en het spetterende slagwerkensemble Sandeti duo. Het Poëziefestival, dat plaats vindt in landgoed Overste Hof, wordt geleid door presentator Jan Baeke. Ter gelegenheid van de Dag van de Poëzie geven we een dichtbundel uit met werk van alle deelnemende dichters. De bundel is –net als al het andere drukwerk van SPL- ontworpen door grafisch bureau Piet Gerards Ontwerpers .

Steenkoolijs

Een mand vol steenkool stookten we, maar
onze ijstijd kwam toch dichterbij.

Mijn vader had geen lucht. De kou kroop
in zijn botten naar omhoog.  Longslag.

Roet, die witte was vergrijsde, sloeg
op onze woning. Maar het baatte

ons niet meer. Ons lijf bevroor terstond;
grote, zwarte  blokken kolenijs.

© Chrétien Breukers; bij: Wiel Kusters, Hoofden, Querido, 1981; en dan met name bij het titelgedicht >>

Interview in Zuiderlucht

In de oktober-editie van Zuiderlucht staat een interview dat Fons Geraets mij afnam. Het is helaas nog niet te zien op de website van het blad, maar het blad is wel gratis te krijgen in Maastricht en (verre) omgeving.

Weblog cult-click heeft de tekst al overgenomen. Klik hier >>

Het interview werd geplaatst ter gelegenheid van het verschijnen van mijn nieuwe bundel: Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt.