Dichters uit de Bundel in de Volkskrant

dieuwertjechretienVandaag in de Volkskrant: Rob Gollin interviewt de vier bloemlezers die verantwoordelijk zijn voor de drie grote overzichtsbloemlezingen die op dit moment in Nederland en Vlaanderen te koop zijn: Jozef Deleu, Ilja Leonard Pfeijffer en Dieuwertje Mertens / Chrétien Breukers. De tekst is te vinden in de papieren krant en daarna op Blendle. De vier bloemlezers reageren op stellingen die Gollin voorlegde. Dichters uit de bundel is verkrijgbaar in de betere boekhandel, in webshops en via Uitgeverij Marmer.

Gij zult niet bloemlezen (Louis Th. Lehmann)
Deleu: ‘Het gebod van deze gerespecteerde dichter vind ik niet relevant. Hij heeft zichzelf later laten bloemlezen door Komrij. Natuurlijk geven bundels een vollediger beeld van een dichter, maar de meesten zullen best tevreden zijn met een kritische keuze uit hun werk. Je krijgt er alleen geen stuiver voor. Maar poëzie levert sowieso geen stuiver op.’
Breukers: ‘Ferme taal van Lehmann. Mooi gezegd. Maar hij kwam erop terug.’
Mertens: ‘Een bloemlezing kan ook een nieuwe context geven. De dichter vindt zichzelf terug tussen tijd- en generatiegenoten.’
Pfeijffer: ‘Ik snap het wel. Een bundel is vaak meer dan een verzameling losse gedichten, het is een bouwwerk. Maar er is genoeg poëzie die op zichzelf kan staan. Bovendien: als je onsterfelijk wil worden, en welke dichter wil dat niet, vormt opname in een bloemlezing daarvoor de beste garantie.’

Opgenomen in Groot Verzenboek

“Chrétien Breukers is een van de dichters van wie voor het eerst een gedicht wordt opgenomen in Groot Verzenboek van Jozef Deleu. De 14de, uitgebreide en herziene editie die op 8 september bij Lannoo verschijnt, bevat niet de gebruikelijke 500 maar 555 gedichten. Omdat hij 35 gedichten uit de vorige editie heeft weggelaten, kon Deleu 90 nieuwe gedichten opnemen. ‘De oude meesters blijven aandacht krijgen, maar de jonge dichters doen prominent hun intrede. De bloemlezing werd daardoor hedendaagser, maar ze blijft wel thematisch,’ zegt hij in een interview met Philip Hoorne op de website van het weekblad Knack.” Deleu koos voor het gedicht ‘Tongebreek’ uit de bundel Tongebreek & Niemendal.

Tongebreek

Wij konden ons verstaan. Wij stemden met ons in.
Toen brak van één de tong. Hem sloeg de taal uiteen.

Het was een stille dag. Wij wisten het nog niet.
Wij zouden snel verspreid. Wij zouden ruw verstrooid.

Wij zouden weg van huis en haard. Onze vaders
achterlatend naar een verre streek. Zonder naam

en met een dikke strot. Mompel klonk voortdurend
om ons heen. Gelach. Geklaag. Gebed. Geteem.

De wereld was zo groot. Wij werden her en der
gemoord. Geduld. Gehoord. Zij konden ons verstaan

en deden dat met harde hand. Of zacht. Of niet.
Wij bouwden ons een huis. Maar wat geen spraak beschrijft

hangt als de – hangt voornaam – hangt – hangt nog
als een nevel – steekt als een angel in de keel.

© Chrétien Breukers