Fragment uit Why be happy when you could be normal?

Meer dan zeventig leesavonden heb ik al besteed aan Die Schlafwandler van Hermann Broch, en nog is de trilogie niet uit. Het zijn geweldige boeken, daar niet van. Als ik tussen de vijf en de tien bladzijden heb gelezen leg ik het Taschenbuch (een lekker Duits woord) weg en denk ik na over wat ik meemaakte. Tussendoor lees ik andere boeken. 2018 was het jaar van de vrouwen, van de vrouwelijke auteurs: Lucia Berlin, Anita Brookner, Rachel Cusk, Joan Didion, Vivian Gornick, A.M. Homes, Amélie Nothomb, Muriel Spark, Lina Wolff, Virginia Woolf en Nell Zink — ik heb van allemaal één of meer boeken gelezen en ik denk dat ik de lijst volgend jaar ga uitbreiden.

Ik las ook boeken van niet-vrouwen, mannen zeg maar. Het is geen geloofsartikel, het is alleen een verschuiving in het leespatroon die me verbaast. Ik stam nog uit een tijd waarin het gewoon was, zelfs voor docenten aan de universiteit, om met een zin als ‘Ik lees nooit boeken van vrouwen’ weg te komen, al heb ik dat altijd wel een beetje raar gevonden. Ik herinner me zelfs vrouwen die dat zeiden. Literatuur was altijd iets voor mannen, jongens eigenlijk. En zie, de wereld draait gewoon door en alles verandert.

Jeanette Winterson is al heel lang een van mijn lievelingsauteurs. Written on the body is één van mijn favoriete boeken. Het gaat nu al bijna dertig jaar met me mee, overal heen. Why be happy when you could be normal was nog een lacune in mijn Winterson-lectuur. Die heb ik om Hermann Broch heen gevuld. Het is misschien niet haar beste boek, maar Winterson is eigenlijk altijd wel goed. In dit memoir loopt ze nog eens door haar ongelukkige jeugd heen, doorgebracht onder het dwingende regime van een depressieve en godsdienstwaanzinnige moeder, en beschrijft ze hoe ze, en ten koste van wat, wordt herenigd met haar biologische moeder. Het is bekend terrein (onder meer uit haar debuut Oranges are not the only fruit) en het is interessant om te zien hoe ze haar krankzinnige, onveilige jeugd nogmaals beschrijft: ‘When we tell a story we exercise control, but in such a way as to leave a gap, an opening. It is a version, but never the final one. And perhaps we hope that the silences will be heard by someone else, and the story can continue, can be retold.

De omslagfoto van het boek vind ik, trouwens, hartverscheurend. De auteur als klein meisje, een veel te gekleurde bal in de hand, overal zand, beton en bakstenen. Een afzakkend badpakje. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit Why be happy when you could be normal?

Fragment uit The White Album

We tell ourselves stories in order to live‘ – dat is de openingszin van The White Album, een essaybundel van Joan Didion. Wat je ook over het boek kunt zeggen, wit is het niet. Wel ‘gaat’ het, net zoals de gelijknamige dubbelelpee van The Beatles, over het einde van een periode, de jaren zestig, Didion schrijft over zichzelf in die periode, over haar belevenissen als journalist, scriptschrijver, schrijver, getrouwde vrouw, moeder, liefhebster van winkelcentra, al is liefhebster niet helemaal het goede woord. Ze was er een tijdlang door geobsedeerd, zoals uit het essay ‘On the mall‘ blijkt.

Het is het enige stuk waar ik hardop om moest lachen. Niet omdat het een grappig stuk is, maar omdat ze erin uit de kast komt als iemand die ooit fantaseerde over het beginnen van een eigen mall. Als zoon van een kruidenier spreekt mij dit zeer aan. Didion is van alles, maar niet vrolijk. Haar reportages, memoir-achtige stukken en essays zijn soms tot op de rand van het verdraagbare ‘depressief’. Didion schrijft over een tijd die, bij nader inzien, niet heel vrolijk was. Alles en iedereen ging eraan kapot, en toen was alles plotseling voorbij. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit The White Album

Fragmenten uit Play it as it lays

Heel lang dacht ik dat Joan Didion een afstandelijke schrijfster is, iemand die als een journalist (of essayist) afstand neemt van de materie die ze behandelt, om vanuit die afstand tot een plaatsbepaling te komen. Nu ik haar meer lees, merk ik dat dat niet waar is. Didion is bijna obsessief betrokken en vanuit die obsessieve betrokkenheid komt ze tot een verhaal — zonder ooit helemaal vaste grond onder de voeten te krijgen. Bret Easton Ellis noemde Play it as it lays vaak een van van zijn favoriete Amerikaanse romans, en nu ik het boek heb herlezen (en opnieuw door Less than zero heb gebladerd) begrijp ik dat heel goed. Er loopt een lijn door het Amerikaanse proza van Henry James en Ernest Hemingway via Joyce Carol Oates en John O’Hara of Paul Auster naar Didion en Ellis. Natuurlijk zijn al deze namen met andere aanvulbaar en is de lijst dus zeker niet compleet. Doorgaan met het lezen van “Fragmenten uit Play it as it lays

Fragment uit Blue Nights

Terwijl Joan Didion schreef over het jaar na de dood van haar echtgenoot, lag haar dochter Quintana op sterven. Daarover schrijft ze – een eindeloze gebedsmolen van rouw – in het boek Blue Nights, dat in 2011 verscheen. Het is, hopelijk tot nu toe, de laatstverschenen titel van Didion. Net als The year of magical thinking (hier een fragment) is het niet een ‘goed’ of een ‘slecht’ boek, maar een boek dat er moest zijn en daarom is gekomen. De schrijfstijl van Didion is zo helder dat alle fragmenten, hoe gruwelijk (en soms niet-gruwelijk) de belevenissen die ze beschrijft ook zijn, als vanzelf op hun plek terecht komen en ‘werken’. Dit is het tweede boek van Didion dat ik in korte tijd lees. Morgen valt We tell ourselves stories in order to live in de brievenbus. Een bundeling van zeven titels. Dan komt er schot in de zaak.  Doorgaan met het lezen van “Fragment uit Blue Nights

Fragment uit Trauer und Melancholie

Joan Didion citeert in The year of magical thinking uit Trauer und Melancholie, een van de Kleine Schriften van Sigmund Freud. Ik wilde zelf iets gaan schrijven maar vond dat ik die tekst van de oude Sigi eerst zelf moest doornemen. Dat heb ik gedaan. Hij staat, onder meer, op Gutenberg. Het is een mooi ding. Sommige mensen houden niet van Freud. Ik wel. Misschien moet je het niet als wetenschap lezen. Het is eerder literatuur of uitleg dan wetenschap, misschien. Toch kan ik er, bijvoorbeeld na onderstaand fragment, weer even tegen. Alles wat hij erin zegt vind ik zo… waarDoorgaan met het lezen van “Fragment uit Trauer und Melancholie

Fragment uit The year of magical thinking

Op 30 december 2003 overleed de schrijver John Gregory Dunne. Zijn weduwe, schrijfster Joan Didion, werkte tussen 4 oktober en 31 december 2004 aan een verslag over het eerste jaar dat ze alleen doorbracht: The year of magical thinking. Het is een boek over rouw, over het huwelijk, over samen zijn en over (samen) schrijven.

Terwijl Didion schrijft over haar gestorven echtgenoot (en in haar magische gedachtenwereld denkt dat ze hem door allerlei dingen te doen en te denken terug kan laten komen), ligt hun dochter Quintana in het ziekenhuis. Ze is zeer ernstig ziek en overlijdt in augustus 2005, kort voor de publicatie van het boek. In The year of magical thinking lezen we niets over de dood van deze Quinrana. Daarover ‘gaat’ Blue nights. ‘When sorrows come, they come not single spies/ But in battalions.’

Ik herinner me dat M. me tijdens een van mijn logeerpartijen, een jaar of zo geleden, vroeg of ik Didion kende. Ik zei toen naar waarheid van niet. Ik kende haar naam, maar niet haar werk. Ik dacht dat ze altijd een naam zou blijven. Tot een bericht op BrainPickings me afgelopen zondag opviel en ik via YouTube een paar interviews met haar zag. Ik wilde iets van haar lezen en kocht een ebookversie van The year. Na een bladzijde of dertig was ik verkocht. Ik zal het werk van Didion ook leren kennen.  Doorgaan met het lezen van “Fragment uit The year of magical thinking