Voor de verre prinses, tweede vervolg

Op 18 februari 2018 schreef ik dit: ‘Een jaar geleden verscheen Voor de verre prinses, een bundel liefdesbrieven bij gedichten. Ik heb een paar keer geprobeerd om een ‘vervolg’ te schrijven. Blijkbaar had ik er een jaar voor nodig. Dit is of de eerste brief van een vervolg, of de slotbrief. Of misschien is de tekst wel iets anders.’  Dat vervolg staat hier >> Vandaag, op de altijd zo moedeloos makende Gedichtendag, een nieuw vervolg.

Zieken

Soms denk ik dat het niet meer om u gaat
en loop u in mijzelve kwijt te raken.
Maar in de muren vallen grote gaten;
verderf-engel die niemand overslaat.

Een doorkijk in een straat is een visgraat.
Grondroosters vreten weg. De voeten haken.
Groen zien de brievenbussen en naamplaten,
waarop geen letter meer te lezen staat.

Dood overal; skelet van stad die sterft,
omdat het leven overbodig wordt
zonder uw tred tegen de gevels aan.

Wanneer uw beeld van binnen uit bederft,
moeten mijn verzen als een huis vergaan
waarvan de zolder in de kelder stort. Doorgaan met het lezen van “Voor de verre prinses, tweede vervolg”

Je gezicht aan de nacht meegegeven – over Ed Leeflang en DBNL

Het ‘De nieuwe titels van februari 2018’ van DBNL vond ik vandaag neerdrukkende lectuur. Niet omdat de titels die werden ingeluid me niet bevielen, integendeel, maar omdat ik plotseling besefte dat veel van die titels uit mijn jeugd stamden en nu definitief uit hun papieren jas zijn gehaald, om te worden toevertrouwd aan de digitale eeuwigheid. Gerrit Komrij en Mensje van Keulen gezellig zij aan zij met Dirk Ayelt Kooiman. Ooit waren hun boeken nieuw, werd er over geschreven en werden ze goed verkocht – nu zijn ze teruggebracht tot scan, platte tekst of e-boek, voor eeuwig zwevend in de serverruimte of in een cloud. Doorgaan met het lezen van “Je gezicht aan de nacht meegegeven – over Ed Leeflang en DBNL”