Over poëzie, en over Arjen Duinker

J.C. Bloem debuteerde in 1921, maar werd pas een jaar of 35 later een nationale poëzieknuffelbeer, toen de ooievaarpocket Doorschenen wolkenranden (een titel die aan een huidziekte doet denken) verscheen. Veel gedichten voor weinig geld, het werkte. Daarna was er geen houden meer aan. J.C. Bloem werd een dichter waar een ‘som van misverstanden’ omheen ontstond. Dát was nog eens een dichter. Een lijdende, lichamelijk grotendeels uitgeschakelde man die in vijf of zes klassiekers het ‘universele levensgevoel’ vastlegde. J.C. Bloem wás poëzie en poëzie was vanaf dat moment J.C. Bloem. Ik weet niet of hij nu nog veel wordt gelezen, maar ik weet wel dat hij veel is gelezen — en zijn invloed is tot op de dag van vandaag terug te vinden, in het werk van Menno Wigman bijvoorbeeld (deels ten positieve), of in het werk van Pieter Boskma (weerkaatst door een lachspiegel). Doorgaan met het lezen van “Over poëzie, en over Arjen Duinker”

Er was een vogel; en geen zong als hij

E cinere Phoenix

Er was een vogel; en geen zong als hij
wanneer herrijzend uit een dor verleden
van pijn en lust, hij weervond in de mei
een leven zonder maat en zonder reden.

Verliefd, verslaafd, gebonden aan de klei,
voegde ik mijn leeg bestaan naar de oude zeden,
hoorde in de stad den zang van elk getij
en in het veld den lokroep van de steden.

En steeds die droom: dat ik in het azuur,
eindlijk gezuiverd door het godlijk vuur,
zou stijgen in een wervelwind van vlammen…

En inderdaad een gloed heeft mij verblind,
maar het was de aardse gloed, waarvoor elk kind
zich schreiend bergt achter de donkre stammen. Doorgaan met het lezen van “Er was een vogel; en geen zong als hij”

Niet alle dichters blijven levend – bij de sterfdag van J.C. Bloem

Foto: Wikipedia
Foto: Wikipedia

Vandaag is de sterfdag van J.C. Bloem. Op de website Literatuurmuseum staat een (algemeen, erg hap-snap) artikel van Dick Wensink over de dichter. Alle cliché’s worden nog eens opgekookt (‘Pas betrekkelijk laat in zijn carrière kreeg het werk van Bloem bekendheid bij een breder publiek’): De slordig levende, aan walging lijdende, niet erg productieve maar soms wel geniale dichter, altijd maar tobbend en puffend en nu tot de klassieken behorend. En oh ja, hij flirtte wat met het fascisme, maar dat is in zijn geval blijkbaar niet zo erg. Bloems seksuele voorkeur voor jongens blijft verder buiten beschouwing – we zijn hier namelijk op een museale website en die hoeft het publiek niet alles aan de nieuwsgierige neus te hangen. Doorgaan met het lezen van “Niet alle dichters blijven levend – bij de sterfdag van J.C. Bloem”

Lezen (51)

De gedichten van Martinus Nijhoff lezen, hoe doe je dat? Welke houding neem je aan ten opzichte van zijn werk? Het heeft mij altijd moeite gekost om iets van Nijhoffs gedichten te vinden, al bewonder ik ze zeer en lees ik ze al een jaar of dertig.

Dit schreef J.C. Bloem in 1935 over Martinus Nijhoff. Ik vond het citaat (uitgebreider) in het boek Dit nog, ook dit van Wiel Kusters. Blijkbaar wist J.C. zich ook niet altijd evenveel raad met zijn bewondering: Doorgaan met het lezen van “Lezen (51)”