Daaraan zou ik mijn leven wijden!

René van Hinderickx en Winderickx stuurde mij op verzoek een doos boeken, restjes van de Deventer Boekenmarkt. De meeste ervan had ik al ooit gelezen. Juist daar ging het me om. Ik had plotseling behoefte aan bekende, overbekende teksten. Herlezen is een fijne manier van lezen, en hier, nu ik elke dag alles wat ik om me heen hoor moet vertalen, wilde ik eens meteen begrijpen wat er tegen me wordt gezegd. Meestal ben ik een echte door-lezer. De afgelopen dagen bleef ik oneindig lang stilstaan bij een zin, een alinea, las ik een bladzijde drie of vier keer opnieuw, bewonderde ik de frisheid van het bekende:  Doorgaan met het lezen van “Daaraan zou ik mijn leven wijden!”

Met Harry Mulisch naar Auverre

Gisteren droomde ik dat ik met Harry Mulisch in Frankrijk was. We reden over een snelweg. Ik zat achter het stuur en kon auto rijden. In het echt bezit ik geen rijbewijs, maar het ging me goed af. Een beetje suffend zat ik achter het stuur, tot Harry – in mijn droom mocht ik Harry zeggen, al was ik me voortdurend bewust van zijn aanwezigheid – plotseling schreeuwde: ‘Je moet hier afslaan.’ Ik gooide het stuur om en wist, terwijl ik het deed, dat we verkeerd reden. Een bordje gaf aan: Auverre. ‘We hoeven helemaal niet naar Auverre,’ zei ik. Harry zweeg. Zijn hoed onttrok het overbekende, scherp-gesneden gezicht bijna helemaal aan het oog. Doorgaan met het lezen van “Met Harry Mulisch naar Auverre”

De eerste alinea: Harry Mulisch, De pupil

mulischElk leven kent zijn geheimen. Die moeten geheimgehouden worden. Maar naar mate men ouder wordt en minder te verliezen heeft, wordt het onduidelijker waarom men de geheimen eigenlijk nog geheim houdt, zodat men ze even goed kan vertellen. (Harry Mulisch, De pupil, De Bezige Bij, Amsterdam, 1987; ik citeer uit de in maart 1987 verschenen vierde druk, 45ste tot en met 64ste duizendtal.) Doorgaan met het lezen van “De eerste alinea: Harry Mulisch, De pupil

Zie de korte minuut van de roos en Taal zonder mij

taalzondermijOp de website van Trouw staat een mooi artikel van Iris Pronk over de handel in tweedehands boeken bij kringloopwinkel Emmaus in de Utrechtse wijk Haarzuilens. Vooral de beschrijving van het weggooien van zinloos geworden boeken, in een container, vervulde me met enige vreugde. Want zij vergaan tot papiermoes en dan kan er later opnieuw papier van worden gemaakt – papier waarop misschien wel boeken worden gedrukt. Doorgaan met het lezen van “Zie de korte minuut van de roos en Taal zonder mij”

Misschien schuilt in iedereen een Harry Mulisch

herm014_p69Gisterennacht droomde ik dat ik op een strand kwam. Ik kende de omgeving niet, die was een mengeling van IJmuiden en Cadzand en Oostende. In het water dreef een woonwijk, of was het een stuk land met allemaal bedrijven erop? In de verte stond een hoog gebouw tussen de golven, een gebouw dat iets weg had van de nieuwbouw die aan het Stedelijk Museum in Amsterdam vastzit. Het was grijs buiten, maar ik wilde toch op het strand gaan wandelen. Na een paar seconden zag ik dat de hele horizon werd gevuld met aanrollend water. Een hoge golf kwam op het strand. De woonwijk of het stuk land met bedrijven erop was al verdwenen. Doorgaan met het lezen van “Misschien schuilt in iedereen een Harry Mulisch”

Zoals eenzame gekken dat plegen te doen

de-procedureHet duurt even voordat je de subtiele ironie, waarvan het werk van Harry Mulisch doordrenkt is, ten volle begrijpt. Mulisch is geen typische Nederlander, of Hollander, zoals W.F. Hermans en Gerard Reve. Hij is een Duitse, nee Duits-Oostenrijkse, nee Oostenrijks-Hongaarse, nee Europese schrijver. Zijn stijl is niet bewust-klein, zoals die van Nescio (de meest overschatte schrijver van Noord-Holland) of zelfs maar literair (zoals van de meeste schrijvers): zijn stijl is, hij is wat hij is. Hij is Mulisch, en daarom is hij ook meer dan Mulisch. Dit is overigens een (mislukte) Mulischachtige wending. Doorgaan met het lezen van “Zoals eenzame gekken dat plegen te doen”

Neurotisch lezen

vdi9789023456568Gisteravond las ik het eerste boek van Die Leiden des jungen Werthers. Niet omdat ik een aanval van cultuur had, maar omdat Roland Barthes regelmatig naar het boek verwijst in zijn studie Uit de taal van een verliefde en die ben ik aan het herlezen omdat ik wil weten of Barthes de tand des tijds heeft doorstaan, voor mij (en het antwoord is: deels). Omdat ik voor mijn nieuwe roman ook iets wil weten over Franz Schubert bladerde ik tussen de bedrijven door in Schubert, de biografie van Hans J. Fröhlich. Een moeizaam boek, want Fröhlich wil alle zinnen die hij schrijft tot de nok toe vullen met zijn kennis en hij hanteert een Duitse slopersstijl die alleen bij grootheden als Johann Wolfgang von Goethe of Thomas Mann wel fijn is. Doorgaan met het lezen van “Neurotisch lezen”

Lezen (23)

Het ergste is, als er tijdens een feest iemand bij wordt geroepen die ‘ook veel leest’. Voordat je het weet, bevind je je in een gesprek over het nieuwe boek van Connie Palmen. Dat je niet gelezen hebt, iets wat je – een grove fout – eerlijk toegeeft.

De vraag ‘waarom’ beantwoord je ook nog eerlijk (weer een fout), en vanaf dat moment word je een arrogante eikel gevonden die alles beter weet, een elitaire scherpslijper die de lectuurgenoegens van andere mensen probeert te vergallen.

Iets minder erg, maar zeker niet veel minder erg, is een ontmoeting met iemand die veel titels van buiten kent en bij jou wil controleren of je hem daarin kunt navolgen. ‘Ken je [titel]?’ ‘Nee.’ ‘Ken je [titel]?’ ‘Nee.’ ‘Maar dan ken je toch zeker wel [titel]?’ ‘Nee.’ ‘Ja maar [titel] heb je vast en zeker gelezen? Vooral dat stuk over die moeder is erg goed.’ ‘Nee.’ Einde gesprek.

Het meest hou ik van de mensen die er, ook in het openbaar, frank en vrij voor uitkomen dat die hele literatuur ze van onder tot boven en van vroeger tot nu finaal gestolen kan worden. Die mensen hoef je nergens van te overtuigen. Je hoeft ze niet aan het lezen te krijgen (wat je ook niet van plan was) en je kunt ze rustig laten gaarsudderen in hun letterloze (in wezen benijdenswaardige) bestaan.

De mensen die soms lezen, of die net de verkeerde boeken lezen: daar moet je voor uitkijken. Die zijn in staat om je binnen de kortste keren in de verdediging te dringen. De lezers van literaire thrillers, de mensen die Marcel Möring een briljante stilist vinden, en nog erger: de mensen die Harry Mulisch wel eens over het Leidseplein hebben zien lopen, dáár moet je voor oppassen.

Mijn sympathie gaat, met terugwerkende kracht, uit naar een oom die een discussie over Jan Wolkers, opgelaaid tijdens een familiebijeenkomst ergens in de jaren tachtig, toen mensen nog wisten wie Jan Wolkers was, beslechtte met de zin: ‘Die man is een smeerlap.’ Toen ik adem schepte om hem van repliek te dienen, zei hij: ‘En dat is het laatste wat er hier over wordt gezegd, onder mijn dak.’

Een bondig geformuleerde kritiek. Daar hou ik (nu) van.