Anna Enquist en Gerrit Kouwenaar

Ik las privé-domein 294, Een tuin in de winter, herinneringen aan Gerrit Kouwenaar. Anna Enquist legt in nog geen 200 pagina’s haar vriendschap met de dichter Kouwenaar vast. Het is, en ik zeg dit zonder voorbehoud of ironie, een sympathiek boek. Je leest dit soort teksten niet vaak, van dichters over dichters. Enquist was werkelijk bevriend met Kouwenaar, en had hem niet alleen nodig om haar poëtica aan te slijpen of om haar carrière mee op te leuken. De modderige tekst die Marc Reugebrink schreef op het shipwreck called Fukushima bewijst in elk geval dat Enquist iets omschrijft wat heel veel schrijvers in het contact tussen collega’s niet kunnen opbrengen: vriendschap en liefde. Doorgaan met het lezen van “Anna Enquist en Gerrit Kouwenaar”

Voor de verre prinses, een jaar later

Een jaar geleden verscheen Voor de verre prinses, een bundel liefdesbrieven bij gedichten. Ik heb een paar keer geprobeerd om een ‘vervolg’ te schrijven. Blijkbaar had ik er een jaar voor nodig. Dit is of de eerste brief van een vervolg, of de slotbrief. Of misschien is de tekst wel iets anders.

totaal witte kamer

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –

© Gerrit Kouwenaar Doorgaan met het lezen van “Voor de verre prinses, een jaar later”