Een geringe wig van klaarte

Ik ken iemand die Paul van Ostaijen spaart. Mensen die boeken van schrijvers sparen, lezen niet. Tenminste, dat denk ik altijd. Lezen houdt maar van kopen af, zegt die vriend altijd. Het heeft jaren geduurd voordat ik die uitspraak thuis kon brengen. Pas na lezen van Verzonken boeken van Gerrit Komrij viel bij mij het kwartje: ‘De bibliofiel leidt een deerniswekkend bestaan. Geen sprank hoop dringt ooit in zijn leven door. Hij is een toonbeeld van geestelijke stilstand. Hij leest nooit eens een boek. Want lezen houdt maar af van kopen.’ Doorgaan met het lezen van “Een geringe wig van klaarte”

Dirk Ayelt Kooiman stond altijd dicht bij de deur

Toen ik in de jaren negentig Amsterdam woonde, kwam Dirk Ayelt Kooiman altijd in twee kroegen bij mij in de buurt: Gambrinus en De Duvel. Hij was er bijna alle dagen, staand aan de hoek van de bar, dicht bij de deur. Alsof hij elk moment wilde kunnen vertrekken. Nienke van De Duvel, hopelijk is ze nog steeds goed gezond en heeft haar blozende gestalte alle stormen doorstaan, wist dat hij een hele route had, — en overal dronk hij maar één glas bier. Hij was altijd alleen. Als hij door iemand aangesproken werd, begaf hij zich – heel kort – in een gesprek. Daarbij keek hij alsof hij door een onzichtbare beul met een gloeiende tang werd gemarteld.  Doorgaan met het lezen van “Dirk Ayelt Kooiman stond altijd dicht bij de deur”

Mieke van Zonneveld en het sonnet

Foto: Keke Keukelaar

Een klassiek gedicht willen schrijven, dat wil zeggen: een gedicht dat zich baseert op lang geleden vastgelegde regels en een vorm die ononderhandelbaar is, lijkt een hachelijke kwestie. De inhoud gaat al snel trekken, alsof die zich plooit naar de ouderwetsheid van de behuizing. De dichter die zich een dergelijke taak oplegt, lijkt op een componist die een sonate wil schrijven naar, bijvoorbeeld, model van Mozart. Waar is de dichter, bij zo veel geschiedenis, zelf? Doorgaan met het lezen van “Mieke van Zonneveld en het sonnet”

Je gezicht aan de nacht meegegeven – over Ed Leeflang en DBNL

Het ‘De nieuwe titels van februari 2018’ van DBNL vond ik vandaag neerdrukkende lectuur. Niet omdat de titels die werden ingeluid me niet bevielen, integendeel, maar omdat ik plotseling besefte dat veel van die titels uit mijn jeugd stamden en nu definitief uit hun papieren jas zijn gehaald, om te worden toevertrouwd aan de digitale eeuwigheid. Gerrit Komrij en Mensje van Keulen gezellig zij aan zij met Dirk Ayelt Kooiman. Ooit waren hun boeken nieuw, werd er over geschreven en werden ze goed verkocht – nu zijn ze teruggebracht tot scan, platte tekst of e-boek, voor eeuwig zwevend in de serverruimte of in een cloud. Doorgaan met het lezen van “Je gezicht aan de nacht meegegeven – over Ed Leeflang en DBNL”

Dit lied met rijmend toebehoren is de triestheid aangeboren – over Boudewijn Büch

boudVoor Staalkaart (een blad dat helaas ophoudt te bestaan, wegens dicht-draaiing van de subsidiekraan, schreef ik een artikel over Boud, het verzamelde leven van Boudewijn Büch, een biografie door Eva Rovers.

Boudewijn Büch (1948-2002) was charmant, iets anders kun je na het lezen van deze biografie niet concluderen. Ook biografe Eva Rovers heeft zich laten inpakken door de boekenwurm, reis- en rijstleider, wat resulteerde in een levensverhaal dat meer wegheeft van een hagiografie dan van een doorwrochte biografie. Doorgaan met het lezen van “Dit lied met rijmend toebehoren is de triestheid aangeboren – over Boudewijn Büch”

In memoriam Gerrit Komrij (1944-2012)

Grap

Deze grap heeft lang genoeg geduurd. Klap
het deksel van die kist eens open en sta op.
Hier is een nieuw glas bier. Er zijn weer boeken

aangekomen. Kijk: de eerste druk van onbekende
Duitse dichtersprinsen, desgewenst met signatuur
of in robuuste band. Het is genoeg geweest.

De muze met het ezelsoor is radeloos. Haar taal
verkruimelt met de dag, zij weet zich heg noch steg.
Ze wordt onhandelbaar. Hysterisch. Door het lint.

Gerrit, luister, echt, het is genoeg. De rust was je
gegund. Een korte slaap. Maar nu weer aan het werk.
Slijp het mes, er moet nog zó veel gefileerd.

© Chrétien Breukers

Geschreven voor het najaarsnummer van Awater, waarin aandacht voor de op 5 juli overleden dichter Gerrit Komrij

Een tijger van papier

Een tijger van papier, die in mijn kasten woont,
leeft averechts, achter de banden waar geen mens
om geeft. Hij voedt zich met geschept papier.
Neemt als dessert wat ruglijm en gerezen wit.
Hij mompelt in zichzelf. Lacht met verbeten ernst.
Op even dagen huilt hij woedend naar de maan.

Maar in zijn nekvel woont een ons zachtmoedigheid,
die soms, vermengd met gal, ineens een vers aanzet.
Hij kijkt ernaar. Hij ziet wat regels maatvast gaan.
Een tijger van papier breekt zich het hoofd. Dat duurt
maar een gedicht. Dan zet hij weer zijn tanden in
de banden die hij, ernstig, één voor één verscheurt.

– Voor Gerrit Komrij, bij zijn 66e verjaardag –

Tzum 49 was gewijd aan Gerrit Komrij. Ik droeg een beschouwing bij, die inmiddels online te lezen is, en bovenstaand gedicht.