Lezen (72)

Als ik vroeger droevig was, las ik een oud jeugdboek. Het ging over een arm echtpaar, dat een slechtlopend pension dreef. Totdat… er een man een kamer kwam huren voor langere tijd, een man die geheimzinnige zaken uitspookte op die kamer. De man was geen boef, integendeel, hij was een held. Een pionier in het vliegwezen. Het lezen van dat (een beetje kitscherige) boek, dat zag ik zelfs toen al, nam mijn droefheid weg. Ik raakte al lezend genezen.

Als ik me grieperig voelde, las ik een boek over een huisarts die zich vestigde op het platteland, waar hij de eerste jaren onder erbarmelijke omstandigheden, gewantrouwd door de lokale bevolking, moest ploeteren. Uiteindelijk won hij het vertrouwen van de plattelanders en verwierf hij geluk, een beetje aanzien en een nieuw leven.  Ik raakte al lezend minder grieperig, dat wil zeggen: ik voelde de koorts niet meer zo hevig door mijn lichaam trekken. Doorgaan met het lezen van “Lezen (72)”