Ik ben, denk ik, gelukkig

Op zaterdag staat de school tegenover leeg. Het oranje gebouw heeft plotseling geen functie. Het beeld van Jaroslav Roná, in het park met de kleine speelplaats, staat helemaal alleen. Op de trapvormige sokkel rennen geen kinderen, omhoog, omlaag; de mus pikt in het luchtledige en wacht op de maandag, als ze er weer zijn, als ze hem weer zien staan. Ik kan me bijna niet indenken wat hij voelde tijdens de zes vakantieweken. Een dikke vrouw met een jurk aan die ze in betere dagen kocht, duwt de schommel waarop haar dochter of kleindochter zit. Ze kijkt om zich heen, voor zich, achter zich, maar niet naar haar dochter of kleindochter, die volgens mij bijna of helemaal debiel is. Ik groet haar. Ze reageert niet en duwt, duwt, duwt. In de Albert zoek ik ongeveer een half uur naar paneermeel. Ik weet het juiste woord ervoor niet, – en als ik het eindelijk durf te vragen, via Google Translate, blijk ik er al een keer of twintig langsgelopen te zijn. Hier zit paneermeel in zakjes, niet in pakjes. Een vrouw bij het diepvriesvak laadt dertig pizza’s in haar kar. Ik heb ze geteld. Ze kijkt in mijn mandje, de bloemkool, broodjes, een halve kilo gehakt, paneermeel dus. Ze kijkt nog eens, nu naar mij, en gooit de deur van het diepvriesvak daarna heel hard dicht. Ik groet haar. Ze reageert niet en duwt haar kar richting een van de dertig kassa’s. Ik voel me in een hypermarket altijd zo nietig, als een broodkruimel op het rok van het universum. Buiten, in het oorverdovende en toch herfstachtige zonlicht, loop ik eerst verkeerd en dan weer goed. Terwijl het zweet me over de rug loopt, ben ik, ik ben… kom, ik kan niet op de term komen. Ik ben, denk ik, gelukkig. Straks ga ik gehaktballen maken. Daarvoor had ik strouhanka nodig. Van het Albert-huismerk Basic. De tekst op het pak is óók in het Nederlands. Zo is, weet ik plotseling, mijn geluk: broos en kruimelig en basic: ‘niet meer alleen het kwade /de doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig / maar ook het goede / de omarming laat ons wanhopig aan de ruimte / morrelen’.

Domweg gelukkig & beaat lachen naar Tom Lanoye

13902199_10210304733081122_1999217692_oToen ik vanmiddag om 13:19 uur in Oostende arriveerde en de eerste zeemeeuwen hoorde, besefte ik ineens iets heel wezenlijks: als ik in Oostende ben, ben ik gelukkig. Het gevoel overkwam me, zonder voorbehoud. Een van de plekken waar ik oud zou willen worden, af en toe kijkend naar de zee, elke dag rondwandelend door die fascinerende stad, is Oostende (hallo lieve uitgever, die een appartement wil kopen waarin ik twee meesterwerken ga schrijven – het huis is alleen van mij als er minder dan 150000 exemplaren van die twee boeken worden verkocht, dus een echt risico loopt u bij de huidige vastgoedprijzen niet). Mijn Mekka, of Gran, ligt op een kilometer of twintig à dertig van Brugge. Doorgaan met het lezen van “Domweg gelukkig & beaat lachen naar Tom Lanoye”