Gedicht 5 mei, Roermond

“Tijdens de Nationale Dodenherdenking houdt winnaar van de PC Hooftprijs, K. Schippers, de 4 mei-voordracht en spreekt de minister-president bij het Nationaal Monument op de Dam. Oud premier Wim Kok spreekt de volgende dag in Roermond de 5 mei-lezing uit. De 13 Bevrijdingsfestivals gaan traditiegetrouw om 13.00 uur in het hele land van start. De Nationale Viering van de Bevrijding wordt afgesloten door het Limburgs Symfonie Orkest met het 5 mei-concert op de Amstel.”

In Roermond, waar de viering van 5 mei dit jaar begint, wordt het thema op bijzondere wijze belicht. In de stad zullen meters hoge witte doeken komen te hangen met kwatrijnen waarin het thema ‘vrijheid, vrij zijn, vrede’ wordt verwoord. De gedichten zijn speciaal voor deze dag geschreven door 25 dichters, onder wie Wiel Kusters, Emma Crebolder, Ton van Reen, Jos Versteegen, Frans Budé, Frits Criens en Quirien van Haelen.

Zelf schreef ik

Vrede

Laat die verhalen over 40-45 nu maar zitten. De oorlog
is een hongerige slokop met te veel geduld. Vertel eens
over bloemkoolwolken boven een vernielde stad. Geef ons
heden weer een dikke krant. En een boterham met vrede.

Schatbewaarder

Dat was gezellig: cellen in de modder.
Maar u moest zo nodig naar het vaste land.
Meercellig worden. Groeien. Hersens krijgen.
Ledematen. Sierlijk haar. U wilde huizen bouwen.

Klei en leem, baksteen en beton. Metropolen
maken, breken, tekenen. U werd geschiedenis.
Zo levend, wrekend, zo bijzonder en banaal.
Daar liet u het vervolgens niet bij zitten.

Uw landschap werd cultuur. De mens
geen moordenaar of jager meer, maar boer
of stedeling. Ik ben uw dichter en ik breng
vandaag al die hoedanigheden bij elkaar.

In de jaren die mij nog gegeven zijn, leg ik
uw leven vast. Ik breng uw biografische gegevens
op een website bij elkaar. Ik leg u, nogmaals,
vast. In dit heelal. In melkweg, zonnestelsel

en op aarde. Ik breng u naar Europa, Nederland.
Naar Utrecht. Naar de grens tussen De Bilt
en Utrecht-Stad. Ik blader de kalender naar 2009.
26 november. De tijd: zo ongeveer half een.

En laat u nooit meer gaan. Ik breng u in een
diepe slaap. Ik prik u op. Zorg dat bederf geen vat
op u kan krijgen. U, geschiedenis. Klik erop
en kijk: dit was vandaag. U, mijn collectie,

ik, uw onverbiddellijke schatbewaarder.

© Chrétien Breukers, 26 november 2009

Gelegenheidsgedicht voor een “inspiratiebijeenkomst” van Erfgoed Utrecht. Geschreven op Landgoed Oostbroek. Daarna kreeg ik de griep, maar dat is gewoon toeval.

Vaders

Vaders hebben donkere gedachten.
Leren koffers vol papierwerk. Maagzuur
als het avond wordt. Vaders hebben praats
voor tien na elven, schateren het hardst
om woordspel, liefst van eigen makelij.
Zie: aan hun ledematen en hun romp
zit touw, waarmee men wordt bewogen. Uit
zichzelf bewegen doen ze niet. Vaders
zijn van weinig buigzaam materiaal
het resultaat. Maar lijken op zichzelf
en scheppen daar voortdurend vreugde in.
Vaders zijn zichzelf genoeg. Knekelmans
speelt op de achtergrond viool: een lied
dat vaders donkere gedachten geeft.

© Chrétien Breukers