Carnaval, uit: Een zoon van Limburg

Ik herinner me de laatste carnavalsavond, waaraan ik actief meedeed. Ik stond in een café in Weert en gleed half uit over een plas kots. Gelukkig viel ik niet. Na mijn uitglijder stond ik naar de hossende massa te kijken en stelde mezelf een vraag: ‘Waarom ben ik hier?’ Die vraag markeerde het begin van het einde van mijn carnavalsloopbaan. Ik wist niet waarom ik het deed, drie dagen door de stad zwalpen, drinken, met vreemde vrouwen omgaan en elke ochtend met een houten kop wakker worden. Sommige Limburgers zeggen dat carnaval een culturele achtergrond heeft, maar die heb ik nooit kunnen ontdekken. Binnen het uur nadat ik mezelf de vraag stelde, zat ik op de fiets naar huis. De band tussen mij en carnaval was definitief gebroken. Hieronder een andere herinnering aan carnaval, opgenomen in mijn prozadebuut Een zoon van Limburg uit 2014. Doorgaan met het lezen van “Carnaval, uit: Een zoon van Limburg”

Het imago van Karl Lagerfeld – en carnaval

Op Facebook zie ik een foto van mezelf, tijdens het carnaval van 1977. Ik ben de linkse rode pruik, de rechtse is mijn broer Eric. Het is het carnaval waarover ik in Een zoon van Limburg heb geschreven (zie hier voor het betreffende hoofdstuk). Kijkend naar de foto ben ik onmiddellijk terug op die plek. Het gebouw achter ons is het fietsenhok van de lagere school. De opening links geeft doorgang naar het speelterrein. Het gebouw en het speelterrein zijn verdwenen, net als de oude school, die in mijn jeugd nog een nieuwe school was. Er staan nu bejaardenwoningen. Doorgaan met het lezen van “Het imago van Karl Lagerfeld – en carnaval”

Carnaval (uit: Een zoon van Limburg)

In maart 2014 verscheen Een zoon van Limburg. Daarin staat een hoofdstuk over carnaval, het feest dat het zuiden van Nederland dit weekend opnieuw treft. Hieronder het (bewerkte) hoofdstuk.

Voetnoot: sommige dingen veranderen, in vijf jaar. Ik zie dat ik het in mijn tekst over Mart Smeets heb, en wie weet nog wie dat is? Hij is van de televisie verdwenen, ook al leek hij decennia lang net zo hardnekkig als psoriasis of huidschimmel. Sic transit gloria mundi. Doorgaan met het lezen van “Carnaval (uit: Een zoon van Limburg)”

We blijven achter met een bed vol dromen

Goed, hier volgt een waarschuwing: dit wordt een stukje waar de melancholie van afdruipt, de melancholie en het heimwee. Klaar? Dan is het goed. Het was 2014 en ik woonde nog bij Renate, maar was al verliefd op Leonie. We hadden elkaar nog niet in het echt gezien, Leonie en ik, en toen ik dankzij mijn boek Een zoon van Limburg op moest treden in Venlo, hadden we een gelegenheid. De uitgever betaalde ons hotel: hotel New York, vlakbij het station. Ik boetseerde een programma van drie dagen om ons illegale samenzijn heen.

Doorgaan met het lezen van “We blijven achter met een bed vol dromen”

Een zoon van Limburg op TV

‘Maar wat is een Limburger? Ik denk dat Chrétien Breukers daar pas is achtergekomen toen hij Een zoon van Limburg aan het schrijven was. Toen hij zich bij voorbeeld herinnerde dat je in je nekvel werd gegrepen als je het Limburgse volkslied niet meezong. Maar ook toen hij zich realiseerde dat hij, die de provinciegrens lang geleden overstak, nog steeds een Limburger is.’ Dat schrijft Wim Brands op de nieuwspagina van VPRO BOEKEN. Op diezelfde pagina is het tv-interview dat Brands met Boudewijn van Houten en mij maakte en dat op 20 april is uitgezonden, te zien. Kijken kan ook via Uitzending Gemist.

Een zoon van Limburg – Prozadebuut Chrétien Breukers

Chrétien Breukers is geboren in Leveroy, als oudste zoon van Christ Breukers en Gré Breukers-Peeters. Zijn ouders dreven een kruidenierswinkel aan de Deckersstraat nummer 4, schuin tegenover de Mariakapel, die sinds 2011 weer in de oude luister is hersteld. De oudoom van Breukers, die onderwijzer was, bedacht voor deze kapel een spreuk: ‘Als gij dezen weg passeert / Toon dat gij Maria eert’.

Leveroy was (en is) een dorp waar ongeveer duizend mensen wonen. Behalve twee andere kruideniers woonden er voornamelijk boeren en kleine ambachtslieden, naast de onvermijdelijke hoofdonderwijzer, kapelaan en pastoor. Leveroy was te klein voor een eigen notaris en dokter. De voetbalclub, de fanfare en de schutterij waren belangrijke pijlers onder het sociale leven.

In Een zoon van Limburg, vertelt Chrétien Breukers over de impact van zijn geboorteplaats Leveroy op zijn leven buiten Limburg, dat nu al langer duurt dan dat binnen de provinciegrenzen. Pas nadat Breukers zijn geboorteplaats Leveroy verliet, werd hij zich bewust van zijn condition limburgeois, en net als Nederlanders die naar een ver land emigreerden voelt hij zich nu soms Limburgser dan in zijn jeugd.

Zijn geboorteplaats Leveroy en Limburg zijn de bron waar hij altijd uit is blijven putten, een bron die zijn eigen writer’s goldmine is. Of, in de woorden van Breukers zelf: ‘Tot mijn ontzetting schreef ik: Ja, ik wil een Limburgse schrijver zijn.’

Een zoon van Limburg, Uitgeverij Marmer, 2014, 288 blz., € 19,95

Recensies

‘Een prachtig boek.’ Maarten Moll in Het Parool 

 ‘Vooral die laatste dilemma’s heeft Breukers, zijn pen is als een riek, prachtig op papier gekregen. (…) Daarna wordt het nog mooier. Schrijnender, aangrijpender, ontroerender. ****’ Joep van Ruiten Leeuwarder Courant/Dagblad van het Noorden

‘Gefascineerd gelezen (…) Aanstekelijk boek (…) Over zijn leesgeschiedenis, over zijn liefde voor en zijn kennis over poëzie, over schrijven, over lezen, dat maakt dit boek voor mij echt meer dan mooi.’ Arie Storm in De Tros Nieuwsshow

Een zoon van Limburg, scherp en sentimenteel tegelijkertijd, zoals de liefde voor Limburg voelt’ An Olaerts De Standaard

‘Ruim drie decennia duurde het voor hij de Limburger in zichzelf durfde vrij te laten. Het resultaat mag er wezen. Een zoon van Limburg is een verslag over zelfacceptatie, zuiver en grondig.’ Daniëlle Serdijn, de Volkskrant

‘Ik hoop ook dat Breukers doorgaat met dit soort boeken te schrijven, geen romans, maar verzamelingen lange blogs. (…) juist dat chaotische is de structuur, hijzelf is de rode draad. Ik hoop dat we elk jaar zo’n boek krijgen.’ Coen Peppelenbos, Tzum

Toespraak Ralf Mohren in Boekhandel Wim Krings, 27 maart 2014

Bij de boekpresentatie van Een zoon van Limburg 27 maart 2014 te Sittard

Chrétien Breukers zag ik voor het eerst in café Maria in Utrecht. In een opwelling had ik besloten om ’s ochtends van mijn woonplaats Eindhoven naar Utrecht te gaan om de Sittardse muzikant Skinnie te zien. Ik volgde hem en de rest van de Limburgse band Herberg de Troost voor wat eens een boek moest worden.

Er waren geen of nauwelijks betalende bezoekers. Toch zei Skinnie toen we buiten stonden te roken en naar de langslopende vrouwen keken:

‘Ik heb zin om te spelen.’

Na een paar nummers verdubbelde het publiek, want Chrétien kwam het café binnen. Hij ging zitten, bestelde een trappist en samen luisterden we naar Skinnie die ons, helemaal in Holland,  een privéconcert gaf.

Veel zeiden we niet en dat hoefde ook niet.

Een paar maanden later zag ik hem – weer in Utrecht – bij de oversteek naar de Damstraat. Hij met de fiets. Ik te voet. Ik herkende hem, maar wist niet wat te zeggen en zei dus niks.

Om een dag later veilig vanachter mijn computer een berichtje naar hem te sturen:

‘Hé, zag ik jou gisteren niet in Utrecht, bij de Damstraat?’

Limburgser dan dat krijg je het niet. Doorgaan met het lezen van “Toespraak Ralf Mohren in Boekhandel Wim Krings, 27 maart 2014”