Eindelijk zou alles echt beginnen; over een teruggevonden gedicht

Iemand twittert een foto van mijn gedicht ‘Mes’ uit de bundel De Stoofsteeg en andere gedichten, die in 1999 bij Perdu verscheen. Volgens mij heeft Perdu nog exemplaren. Ik had het gedicht jaren niet gezien en er jaren niet aan gedacht, daarom las ik het alsof het van iemand anders was. Ik vind het een goed gedicht, al zou ik het woord ‘beklijf’ tegenwoordig proberen te voorkomen. Het is een agressief gedicht, seksueel geladen, dwingerig, – het is, kortom, een autobiografisch gedicht, zoals de meeste gedichten autobiografisch zijn, maar daarmee is het nog niet ‘echt gebeurd’. Het is autobiografisch omdat het de obsessies die ik had, of heb, probeert aan te raken. Zonder ergens voor terug te schrikken. De tegenstelling tussen het ‘harde’ mes en het ‘zachte’ vlees werkt goed. In de een-na-laatste strofe roep ik het mes op om te smelten, om net als het vlees waarin het ronddraait zacht te worden. De laatste strofe trekt dat weer terug. Niet het evenwicht, maar de agressie is hersteld. Doorgaan met het lezen van “Eindelijk zou alles echt beginnen; over een teruggevonden gedicht”