In de metro (39): Balkenendenorm

Ik zit nu te kort in de metro om goed te kunnen lezen. Dat irriteert me. White van Bret Easton Ellis versnippert op deze manier. Ik lees een bladzijde per keer, elke dag twee of maximaal drie bladzijden – dit wordt een project dat tot in de herfst kan doorlopen. Soms lees ik dan maar helemaal niet en kijk om me heen. ‘Faces look ugly when you’re alone.’ Tegenover me zit een moeder met twee dochters. De meisjes trekken zich niets aan van de vrouw, die steeds wanhopiger probeert om een vorm van gezag te vestigen. Doorgaan met het lezen van “In de metro (39): Balkenendenorm”

The ballad of Buster Scruggs

Als een ‘gewone’ film een roman is, is The ballad of Buster Scruggs van de gebroeders Coen een verhalenbundel. En wat voor één! Of eigenlijk: Ja, wat voor één? Dat is nog niet zo gemakkelijk te zeggen. Wat wel zeker is: de zes losse verhalen hebben allemaal iets met elkaar te maken (duh!). Ik weet alleen niet precies wat. In een interview dat Bret Easton Ellis hem afnam, zegt Quintin Tarantino dat hij het script van een film als een apart kunstwerk ziet, los van de film die het moet worden. Soms schrijft hij dingen in het script die erin horen, ook al weet hij van tevoren dat ze de film niet halen. De tekst vraagt erom. Ergens, als de tekst en het beeld elkaar ontmoeten ontstaat, als het goed is, cinema. (En vanaf nu ga ik dingen uit de film verklappen, dus wie dat niet wil lezen moet niet op de link hiernaast klikken. Doorgaan met het lezen van “The ballad of Buster Scruggs”

Fragment uit Bright Lights, Big City

Als ik de boeken die ik in de jaren tachtig las, herlees, heb ik meestal het gevoel dat ik thuis kom. Niet dat ik de dingen die in Less than zero of Bright Lights, Big City of  zelfs Gimmick! worden beschreven ooit van dichtbij heb meegemaakt, maar er stijgt een mentaliteit op uit de pagina’s die ik meteen herken, alsof ik plotseling door mijn eerste studentenhuis wandel; iemand heeft voor een week nasi gekookt en de geur hangt in het trappenhuis, een geur vermengd met de zeeplucht die uit de douche komt en de brakheid die twee kratten lege bierflesjes, al maanden in een hoek van de gang wachtend op terugkeer naar de SPAR, uitwasemen. Ik ben er weer. Hier was ik thuis. Het was een tijd helemaal zonder internet, maar mét MTV en feestjes en handgemaakte blaadjes waarin zelfgeschreven teksten stonden en feesten die een dag of drie duurden, een tijd waarover je misschien romantisch zou kunnen doen, als hij niet tegelijkertijd zo deprimerend was (en donker, ongeveer net zoals alle tijden dus). In de jaren tachtig werd de naoorlogse periode afgesloten en er werd gepreludeerd op een nieuwe tijd, maar hoe die er precies uit zou gaan zien? Daar probeerde, toen, niemand aan te denken. Het was feest en crisis. Niks aan de hand. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit Bright Lights, Big City

Fragmenten uit Play it as it lays

Heel lang dacht ik dat Joan Didion een afstandelijke schrijfster is, iemand die als een journalist (of essayist) afstand neemt van de materie die ze behandelt, om vanuit die afstand tot een plaatsbepaling te komen. Nu ik haar meer lees, merk ik dat dat niet waar is. Didion is bijna obsessief betrokken en vanuit die obsessieve betrokkenheid komt ze tot een verhaal — zonder ooit helemaal vaste grond onder de voeten te krijgen. Bret Easton Ellis noemde Play it as it lays vaak een van van zijn favoriete Amerikaanse romans, en nu ik het boek heb herlezen (en opnieuw door Less than zero heb gebladerd) begrijp ik dat heel goed. Er loopt een lijn door het Amerikaanse proza van Henry James en Ernest Hemingway via Joyce Carol Oates en John O’Hara of Paul Auster naar Didion en Ellis. Natuurlijk zijn al deze namen met andere aanvulbaar en is de lijst dus zeker niet compleet. Doorgaan met het lezen van “Fragmenten uit Play it as it lays