Laat ons de stilte meevoeren – over Rui Cóias

Poëzie die over de stilte gaat, is een paradox. Iets wat wordt gezegd, doorbreekt de stilte. Die paradox is waar veel dichters, van Hadewijch tot Gerrit Kouwenaar, mee spelen. Of misschien is spelen een te licht woord voor wat ze doen. Die stilte is het slagveld waarop ze geluid maken. De dichter Rui Cóias schrijft zijn gedichten op dat slagveld: ‘Laat de stilte ons meevoeren in haar kleur van niets’.

Vertaler Harrie Lemmens citeert Rui Cóias in zijn voorwoord bij de tweetalige bundel Laat de stilte: ‘Om te schrijven heb ik afstand nodig (…). Afstand van mensen en plaatsen, van vaste patronen.’ Deze bedachtzaamheid doortrekt de gedichten. Bij veel dichters krijgt dat iets vervelends, iets opgelegds. Cóias weet zich daaraan te onttrekken. Het heeft te maken met een bijna tot in het oneindige opgerekte concentratie, die hij zichzelf oplegt, alsof hij keer op keer kijkt naar welke woorden hij op welke manier ordent. Doorgaan met het lezen van “Laat ons de stilte meevoeren – over Rui Cóias”