Fragment uit Romanschrijver van beroep door Haruki Murakami

Het duurde even voordat ik tot Haruki Murakami werd bekeerd. Het leek me een bezoeking, het lezen van die platgeslagen boeken. Tot ik op een dag ‘niks te lezen’ had en Kafka on the shore kocht. Ik was… onder de indruk. Ik ben nooit echt een aficionado geworden, maar ik lees nu wel af en toe een boek van hem, meestal in het Engels. Het heeft wat, die mengeling van dromen, verhalen, semi-filosofische beschouwingen en gemijmer over het verleden, muziek en nog van alles. Murakami schrijft heel erg effectief, en hoewel hij soms dingen zegt waar de gaten in je sok van dichttrekken, zo irritant: echt lang boos kun je nooit op hem zijn.

In Romanschrijver van beroep probeert Murakami terug te keren tot de bronnen van zijn schrijverschap. Echt het achterste van zijn tong laat hij niet zien. Dat lijkt hij gewoon niet te willen. Hij bouwt vrolijk voort aan de mythe die hij om zichzelf heen bouwde, een mythe die aan elkaar hangt van onverklaarbare maar zeer sterke drijfveren, berekening en eindeloos veel (Japanse?) distantie. Mooi is de manier waarop hij beschrijft hoe hij, dankzij een bijna goddelijke ingeving, tot het schrijverschap kwam. Hij bezocht een honkbalwedstrijd en dacht, toen er een mooie bal werd geslagen, ‘oké, misschien kan ik ook wel een roman schrijven.’ Te mooi om waar te zijn en daarom waarschijnlijk waar.

Dat deed hij vervolgens. Maar het ging niet zomaar: Doorgaan met het lezen van “Fragment uit Romanschrijver van beroep door Haruki Murakami”