Essay over Paul Leppin in De Parelduiker

Het nieuwe nummer van De Parelduiker, 2019/2, is net verschenen. In dit nummer onder meer aandacht voor de oorlogsdagboeken van Bert Schierbeek en over het verslag dat Gerard Reve in 1946 schreef over de Tegelse Passiespelen. Mijn bijdrage (mijn eerste bijdrage aan het blad, wat me met enige trots vervult) gaat over Praag en over de Duitstalige auteur Paul Leppin. Ik citeer:

Paul Leppin (1878-1945) was een Duitstalige, Tsjechische auteur. Net als de beroemdere tijdgenoten Franz Kafka, Gustav Meyrink en Alfred Kubin koos hij ervoor in het Duits te schrijven, en dat in een stad en een land waarin de Duitse taal al op haar retour was. De literatuur uit deze periode van ‘neergang’ is ongewoon rijk en in Nederland helaas zo goed als onbekend, zoals Chrétien Breukers in dit essay laat zien.

Koop en lees De Parelduiker >>

In de metro (40): naar de kapper

In de metro zitten mensen met hardloopkleren aan. Dit weekend wordt een marathon gelopen door de binnenstad. Ik ben onderweg naar de nieuwe kapper. Mijn haar is te lang geworden. Ik lijk wel een hippie. Jammer genoeg is de vaste kapster, die mijn haar de afgelopen jaren in een kapsel veranderde, op een dag verdwenen bij haar werkgever. Zonder een nieuw adres op te geven. Nu ga ik dus voor het eerst naar een nieuwe kapper, ik ben een beetje nerveus. Doorgaan met het lezen van “In de metro (40): naar de kapper”

In de metro (39): Balkenendenorm

Ik zit nu te kort in de metro om goed te kunnen lezen. Dat irriteert me. White van Bret Easton Ellis versnippert op deze manier. Ik lees een bladzijde per keer, elke dag twee of maximaal drie bladzijden – dit wordt een project dat tot in de herfst kan doorlopen. Soms lees ik dan maar helemaal niet en kijk om me heen. ‘Faces look ugly when you’re alone.’ Tegenover me zit een moeder met twee dochters. De meisjes trekken zich niets aan van de vrouw, die steeds wanhopiger probeert om een vorm van gezag te vestigen. Doorgaan met het lezen van “In de metro (39): Balkenendenorm”

Toon Tellegen en het vergeten

Rutger stuurt me een jpg. Geen foto van een persoon of ding, maar een foto van een pagina uit een boek. Uit een boek van Toon Tellegen. Ik schrijf het gedicht op die pagina (op die foto) even over:

Straffeloos

Ik zal je vergeten en weer ontmoeten.
Ik zal je vergeten, ontmoeten en weer vergeten.
En ik zal je weer ontmoeten.

Ik zal je vergeten en weer vergeten en weer vergeten,
ik zal wandelen door dozijnen parken,
lichtgroene, violette en roze parken, onopvallend,
in de regen.

’s Avonds zal ik je weer vergeten.

De treden zullen niet meer weten
wie je bent.
Maar zij zullen kraken.
De voordeur zal weer aarzelen. Doorgaan met het lezen van “Toon Tellegen en het vergeten”

In de metro (38)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het is erg druk in de metro op Stille Zaterdag. Er zijn veel dingen gekocht en die moeten naar huis. Een meisje praat tegen haar hond. Die ligt op de grond en kijkt alsof hij gedwongen wordt om naar dierenporno te kijken. Ik lees op mijn telefoon via de KOBO-app een boek van Benjamin Balint, Kafka’s laatste proces. De figuur Max Brod intrigeert me. Hij schreef bijna 100 boeken en wist van zichzelf toch dat hij niet geniaal was, minder geniaal in elk geval dan zijn grote vriend Kafka. Hoe het proces precies gaat verlopen weet ik nog niet, maar het verbaast me dat Duitsland en Israël vechten om de laatste snippers Kafka. Kafka was namelijk een Tsjech, en hoort daarom thuis in Tsjechië. Helaas verstaat niemand hem hier meer – een kafkaësk lot. Doorgaan met het lezen van “In de metro (38)”

Pep Guardiola en de Baader-Meinhof Groep

Voetbaltrainers worden tijdens de wedstrijd opgesloten in een kooi die uit witte lijnen op het gras bestaat. Daar mogen ze niet uitkomen. De kooi heeft geen deuren en geen ramen. Er is een cipier die in de gaten houdt of de coach niet ontsnapt, de ‘vierde man’. Altijd als ik Pep Guardiola zie ijsberen, van grens tot grens, soms net even eroverheen, lijd ik met hem mee. Wat moet het verschrikkelijk zijn om zo opgesloten te zitten, terwijl mensen daarbuiten een heel veld hebben om op te spelen. Hij mag naar ze schreeuwen maar hij mag niet te dichtbij komen. Doorgaan met het lezen van “Pep Guardiola en de Baader-Meinhof Groep”

Remco Campert schrijft een gedicht over de Notre-Dame

Remco Campert zit in zijn werkkamer. Waarom ook weer? Iemand stelt de vraag. Remco neemt een slok rode wijn. Oh ja. Hij wil een gedicht schrijven over de Notre-Dame, die in brand is gevlogen. Bijna helemaal vernietigd. Hij zag het op het nieuws, samen met zijn vrouw. Die heeft hem naar boven gestuurd, naar zijn eigen verdieping, om er iets over te schrijven voor de krant. Met die vervelende traplift omhoog. Schuifelend naar de werkkamer. Gedachten die almaar afdwalen en weg willen. Doorgaan met het lezen van “Remco Campert schrijft een gedicht over de Notre-Dame”