20 maart 2020 – Sneakers van Van Lier & Last men standing

Gisteren en eergisteren was ik nog op kantoor. Eergisteren had het nog iets heroïsch; een collega en ik zaten in een verder lege zaal, we gingen eten halen bij Zen, het aziatische restaurant dat de voordeur heeft veranderd in een kiosk, door er een tafel in te plaatsen, de eigenaar droeg een mondkap en stond bijna verontschuldigend achter zijn geldkistje, we voelden ons last men standing. Gisteren vond ik de fles met desinfecterende handgel al een beetje griezelig en durfde ik de knop van de lift bijna niet in te drukken.

Voordat we het kantoor in mochten werd onze temperatuur gemeten. Eergisteren had ik 34.4 en gisteren 36.4. De man die de temperatuur opnam, knikte op beide ochtenden naar me: verontschuldigend en geruststellend. Doorgaan met het lezen van “20 maart 2020 – Sneakers van Van Lier & Last men standing”

Praag in tijden van Corona – een stadswandeling

(14.3.2020)

De Uber-chauffeur draait harde muziek van een Duitse band. Iets dat op rap lijkt.

De stad is vandaag te groot voor het aantal mensen dat rondwandelt. Je ziet de onwennigheid voortdurend toeslaan; wat moeten we doen met al die ruimte die de stad lijkt te hebben verdubbeld? Waarom lopen er geen mensen voor, naast, achter ons, achter mij?

Sinds ik hier woon, is het nog nooit zo rustig geweest in het stadscentrum. Er zijn niet alleen veel minder mensen op de been, er zijn ook bijna geen winkels open. Er wordt Zweeds wittebrood over de massa’s uitgestrooid door de Bageterie Boulevard, de enige zaak die op meerdere plekken een vestiging openhoudt. Onder meer vlak bij de Karelsbrug (Karlův most). Ik koop een broodje kaas van 89 czk en laat het wisselgeld, toch 11 czk, zitten. Misschien ben ik toch een beetje bang. Doorgaan met het lezen van “Praag in tijden van Corona – een stadswandeling”

Scheren, toen en nu

Deze week kocht ik bij de Billa nieuwe scheermesjes. Vanochtend, toen ik er daar één van wilde gaan gebruiken, trad aan het licht dat ik geen Wilkinson Sword Xtreme3 had gekocht, maar Gillette Venus ComfortGlide. Geen mesjes voor mijn raspende wangen en kaken, maar voor de Tuin van Bobbi Eden.

Mijn gedachten gingen, toen ik mijn vergissing had bemerkt, terug naar de tijden waarin dit soort scheergerief niet bestond. Het per ongeluk gekochte mesje werd een drievoudig snijdende madeleine en katapulteerde me terug naar het Nederland van de late jaren zeventig / begin jaren tachtig. Doorgaan met het lezen van “Scheren, toen en nu”

Carnaval, uit: Een zoon van Limburg

Ik herinner me de laatste carnavalsavond, waaraan ik actief meedeed. Ik stond in een café in Weert en gleed half uit over een plas kots. Gelukkig viel ik niet. Na mijn uitglijder stond ik naar de hossende massa te kijken en stelde mezelf een vraag: ‘Waarom ben ik hier?’ Die vraag markeerde het begin van het einde van mijn carnavalsloopbaan. Ik wist niet waarom ik het deed, drie dagen door de stad zwalpen, drinken, met vreemde vrouwen omgaan en elke ochtend met een houten kop wakker worden. Sommige Limburgers zeggen dat carnaval een culturele achtergrond heeft, maar die heb ik nooit kunnen ontdekken. Binnen het uur nadat ik mezelf de vraag stelde, zat ik op de fiets naar huis. De band tussen mij en carnaval was definitief gebroken. Hieronder een andere herinnering aan carnaval, opgenomen in mijn prozadebuut Een zoon van Limburg uit 2014. Doorgaan met het lezen van “Carnaval, uit: Een zoon van Limburg”

George Steiner – Van vrede en van rust

Ik kijk op Tzum naar de aflevering van Van de schoonheid en de troost waarin George Steiner te gast was. Ergens aan het eind van de vorige of in het begin van deze eeuw moet dat zijn geweest, het was een eindetijdsserie die streefde naar een nieuw begin, een serie vol met handreikingen om het moderne leven nog een beetje vol te kunnen houden. Steiner was de ideale gast van Wim Kayzer, de man van de wollige vragen en de gemeenplaatsen. Hij luisterde gewoon niet naar die vragen en draaide zijn eigen riedel af.  Ik vermoed dat Steiner weerstand opriep en oproept. Als er iemand is die het ‘oude’ Europa vertegenwoordigt, dan is hij het: de hogere burger die alles heeft gelezen en alles met elkaar in verband weet te brengen; alles wat eeuwen geleden werd geschreven, welteverstaan. Het ‘oude’ Europa dat nog niet aan de barbaren was overgeleverd en waar een verwijzing in een literaire tekst nog zonder zoekmachine werd herkend. Toch krijg ik, gaandweg, sympathie voor Steiner. Hij worstelt. Hij kan na een leven lezen en schrijven niet begrijpen waarom het hoogste (bijvoorbeeld: Schubert) naast het meest wrede en sadistische (de Holocaust) kan bestaan. Waarom Schubert, ‘de beschaving’, de barbarij niet heeft kunnen voorkomen. Die worsteling maakt zijn leven (en zijn werk misschien, ik ken het niet helemaal) tot een worsteling. Hij kan de vragen die hij zichzelf stelt niet beantwoorden. Op mij komt dat sympathiek over. Steiner is iemand die alles gelezen heeft en niets weet. Er zijn genoeg voorbeelden bekend van het tegenovergestelde. Die mensen zijn heel, heel minder goed te verdragen. Ik zal hem op mijn eigen manier herdenken. Ik koop zijn boek Errata: an examined life. Op kindleformaat.

In de metro (48): Hysterie – strach z odmítnutí

In de metro zit een vrouw die het boek Hysterie – strach z odmítnutí leest: Hysterie – angst voor afwijzing. Ze is erg lang en erg dun, heeft heel lang haar en armen die lijken te zijn geschilderd door iemand die nog niet zo goed armen kan schilderen; alles is uit proportie. De ellebogen zitten veel te laag, de handen zijn ongeveer net zo lang als de onderarmen. Het is een knappe vrouw die helemaal tot het alleruiterste is opgerekt en daarna op de wereld losgelaten. Doorgaan met het lezen van “In de metro (48): Hysterie – strach z odmítnutí”

In de metro (30): Fernando Pessoa en Harrie Lemmens

Ik zit voor mijn laptop en denk aan de metro. Lijn B, de gele lijn. Dat is voor mij nu al meer dan twee jaar de hoofdader van Praag, alles wat ik normaal gesproken moet doen begint of eindigt in lijn B. Linka. Ik lees een gedicht van Fernando Pessoa, in de vertaling van Harrie Lemmens, een verre neef van Fernando: Doorgaan met het lezen van “In de metro (30): Fernando Pessoa en Harrie Lemmens”