In de metro (43)

The apparition of these faces in the crowd: / Petals on a wet, black bough. Dit is het gedicht ‘In a Station of the Metro’ van Ezra Pound. Ik sta te wachten op Stodulky. Er loopt een rivier over mijn rug, van de schouderbladen naar beneden. De laptoptas schuurt mijn zij. Ik wil naar huis en ik wil me niet bewegen. Ik wil in een bad vol ijsblokjes gaan liggen. Ik denk aan de man die ik ooit zag in Venetië, een Amerikaanse jood van een jaar of zeventig. Hij hield een whiskyglas omhoog en zei tegen een serveerster: ‘You see this glas?’ Fill it with ice, and then with vodka. To the brim.’ Het meisje zei dat ze geen vodka schonken in die glazen en hij zei: ‘Sure you do.’ Een paar minuten later had hij zijn vodka. Doorgaan met het lezen van “In de metro (43)”

In de metro (42): Bint en Baudet

Sommige mensen verliezen, denk ik, terwijl ik sta te wachten op de metro naar huis, buiten is het dertig graden in de schaduw en ondergronds tien graden kouder, de geur van zweet wandelt als een dronkenlap over de perrons, – sommige mensen verliezen hun vechtlust al voordat ze zijn geboren. Ik zweet, vermoed ik, maar ik durf mijn armen niet op te tillen om onder mijn oksels te ruiken. Ik vertrouw op mijn deo. De zomer is begonnen en mijn lichaam ronkelt van genoegen. Ik vind het fijn als de temperatuur boven de 25 graden komt, de kou is dan echt verdreven. Doorgaan met het lezen van “In de metro (42): Bint en Baudet”

In de metro (40): naar de kapper

In de metro zitten mensen met hardloopkleren aan. Dit weekend wordt een marathon gelopen door de binnenstad. Ik ben onderweg naar de nieuwe kapper. Mijn haar is te lang geworden. Ik lijk wel een hippie. Jammer genoeg is de vaste kapster, die mijn haar de afgelopen jaren in een kapsel veranderde, op een dag verdwenen bij haar werkgever. Zonder een nieuw adres op te geven. Nu ga ik dus voor het eerst naar een nieuwe kapper, ik ben een beetje nerveus. Doorgaan met het lezen van “In de metro (40): naar de kapper”

In de metro (39): Balkenendenorm

Ik zit nu te kort in de metro om goed te kunnen lezen. Dat irriteert me. White van Bret Easton Ellis versnippert op deze manier. Ik lees een bladzijde per keer, elke dag twee of maximaal drie bladzijden – dit wordt een project dat tot in de herfst kan doorlopen. Soms lees ik dan maar helemaal niet en kijk om me heen. ‘Faces look ugly when you’re alone.’ Tegenover me zit een moeder met twee dochters. De meisjes trekken zich niets aan van de vrouw, die steeds wanhopiger probeert om een vorm van gezag te vestigen. Doorgaan met het lezen van “In de metro (39): Balkenendenorm”

In de metro (37): Piet Schoenmakers

We staan stil op station Lužiny. Altijd als dat het geval is kijk ik naar de palmboom die wordt omgeven door een glazen boomvorm, waarin glas-in-lood-elementen zijn opgenomen. Het heeft iets futuristisch’, waarschijnlijk is het een kunstwerk. Daarnaast verwijst het naar het verleden, naar de kunst uit de jaren zestig en zeventig: optimistische werken, felle kleuren, elementaire vormen, beton en staal. Het beton en het staal: werkende, levende materialen waar na een paar jaar vlekken op komen, roestplekken. De kunst valt uit elkaar waar je bij staat. Het werk op station Lužiny twijfelt tussen verleden en heden en is daarom onderwerp van een diepe, onproductieve, elke keer opborrelende melancholie. Doorgaan met het lezen van “In de metro (37): Piet Schoenmakers”

In de metro (36; in de taxi naar Den Haag)

Met F* zit ik in de taxi naar Den Haag, na een optreden van The Wild Romance zonder Herman Brood. Het was een afdeling in de krochten van de melancholie, naar de derde of vierde ring van de hel. Soms is het beter om je je jeugd je jeugd te laten en soms is het goed om er even in rond te kijken. Ik heb Coach Van Dijk voor het begin van het concert trekkebenend door een zaal zien lopen, zoekend naar iets. Doorgaan met het lezen van “In de metro (36; in de taxi naar Den Haag)”

In de metro (35): Claire Goll

In de metro begin ik Alles is ijdelheid van Claire Goll voor de tweede keer te lezen. Afgelopen vrijdag had ik het voor het eerst uit. Daarna slingerde door mijn flat en zwierf het over mijn bureau op kantoor. Iemand heeft een post-it in het boek geplakt: ‘Hier beginnen’, gevolgd door een emoticon van een gezichtje met de tong half naar buiten. Ik kijk onder het gele blaadje en lees:

Ze bezat een hele verzameling zwepen, knuppels en karwatsen en naargelang de straf die ze in de zin had koos ze zorgvuldig wikkend en wegend een van die instrumenten uit. Dan volgde een verhandeling om de kwaliteit te roemen van het kweltuig dat ze voor mijn gezicht heen en weer zwaaide: ‘Hier heb ik een zweep met dunne en deugdelijk gevlochten riemen… Iedere millimeter van je huid zal de slagen voelen… Er zijn tenminste nog fatsoenlijke handwerkslieden met hart voor hun werk die het verschil tussen een zweep en een plumeau kennen… Maar je bent zo arrogant dat ik beter deze karwats kan gebruiken… In de kern zit een wilgentwijg, dan komen de slagen harder aan, dan striemt het meer… Misschien probeer ik ze wel allebei; dan kunnen we zien wanneer je het hardste loeit.’

Doorgaan met het lezen van “In de metro (35): Claire Goll”