Scheren, toen en nu

Deze week kocht ik bij de Billa nieuwe scheermesjes. Vanochtend, toen ik er daar één van wilde gaan gebruiken, trad aan het licht dat ik geen Wilkinson Sword Xtreme3 had gekocht, maar Gillette Venus ComfortGlide. Geen mesjes voor mijn raspende wangen en kaken, maar voor de Tuin van Bobbi Eden.

Mijn gedachten gingen, toen ik mijn vergissing had bemerkt, terug naar de tijden waarin dit soort scheergerief niet bestond. Het per ongeluk gekochte mesje werd een drievoudig snijdende madeleine en katapulteerde me terug naar het Nederland van de late jaren zeventig / begin jaren tachtig. Doorgaan met het lezen van “Scheren, toen en nu”

Carnaval, uit: Een zoon van Limburg

Ik herinner me de laatste carnavalsavond, waaraan ik actief meedeed. Ik stond in een café in Weert en gleed half uit over een plas kots. Gelukkig viel ik niet. Na mijn uitglijder stond ik naar de hossende massa te kijken en stelde mezelf een vraag: ‘Waarom ben ik hier?’ Die vraag markeerde het begin van het einde van mijn carnavalsloopbaan. Ik wist niet waarom ik het deed, drie dagen door de stad zwalpen, drinken, met vreemde vrouwen omgaan en elke ochtend met een houten kop wakker worden. Sommige Limburgers zeggen dat carnaval een culturele achtergrond heeft, maar die heb ik nooit kunnen ontdekken. Binnen het uur nadat ik mezelf de vraag stelde, zat ik op de fiets naar huis. De band tussen mij en carnaval was definitief gebroken. Hieronder een andere herinnering aan carnaval, opgenomen in mijn prozadebuut Een zoon van Limburg uit 2014. Doorgaan met het lezen van “Carnaval, uit: Een zoon van Limburg”

George Steiner – Van vrede en van rust

Ik kijk op Tzum naar de aflevering van Van de schoonheid en de troost waarin George Steiner te gast was. Ergens aan het eind van de vorige of in het begin van deze eeuw moet dat zijn geweest, het was een eindetijdsserie die streefde naar een nieuw begin, een serie vol met handreikingen om het moderne leven nog een beetje vol te kunnen houden. Steiner was de ideale gast van Wim Kayzer, de man van de wollige vragen en de gemeenplaatsen. Hij luisterde gewoon niet naar die vragen en draaide zijn eigen riedel af.  Ik vermoed dat Steiner weerstand opriep en oproept. Als er iemand is die het ‘oude’ Europa vertegenwoordigt, dan is hij het: de hogere burger die alles heeft gelezen en alles met elkaar in verband weet te brengen; alles wat eeuwen geleden werd geschreven, welteverstaan. Het ‘oude’ Europa dat nog niet aan de barbaren was overgeleverd en waar een verwijzing in een literaire tekst nog zonder zoekmachine werd herkend. Toch krijg ik, gaandweg, sympathie voor Steiner. Hij worstelt. Hij kan na een leven lezen en schrijven niet begrijpen waarom het hoogste (bijvoorbeeld: Schubert) naast het meest wrede en sadistische (de Holocaust) kan bestaan. Waarom Schubert, ‘de beschaving’, de barbarij niet heeft kunnen voorkomen. Die worsteling maakt zijn leven (en zijn werk misschien, ik ken het niet helemaal) tot een worsteling. Hij kan de vragen die hij zichzelf stelt niet beantwoorden. Op mij komt dat sympathiek over. Steiner is iemand die alles gelezen heeft en niets weet. Er zijn genoeg voorbeelden bekend van het tegenovergestelde. Die mensen zijn heel, heel minder goed te verdragen. Ik zal hem op mijn eigen manier herdenken. Ik koop zijn boek Errata: an examined life. Op kindleformaat.

In de metro (48): Hysterie – strach z odmítnutí

In de metro zit een vrouw die het boek Hysterie – strach z odmítnutí leest: Hysterie – angst voor afwijzing. Ze is erg lang en erg dun, heeft heel lang haar en armen die lijken te zijn geschilderd door iemand die nog niet zo goed armen kan schilderen; alles is uit proportie. De ellebogen zitten veel te laag, de handen zijn ongeveer net zo lang als de onderarmen. Het is een knappe vrouw die helemaal tot het alleruiterste is opgerekt en daarna op de wereld losgelaten. Doorgaan met het lezen van “In de metro (48): Hysterie – strach z odmítnutí”

In de metro (30): Fernando Pessoa en Harrie Lemmens

Ik zit voor mijn laptop en denk aan de metro. Lijn B, de gele lijn. Dat is voor mij nu al meer dan twee jaar de hoofdader van Praag, alles wat ik normaal gesproken moet doen begint of eindigt in lijn B. Linka. Ik lees een gedicht van Fernando Pessoa, in de vertaling van Harrie Lemmens, een verre neef van Fernando: Doorgaan met het lezen van “In de metro (30): Fernando Pessoa en Harrie Lemmens”

De Avonden van Gerard Reve herlezen

Op mijn Facebook-pagina deed ik verslag van mijn herlezing van De Avonden. Ik ben geen volledig overtuigde Reviaan, maar ik hou wel van het werk van Reve, en De Avonden was daarin altijd een beetje een witte plek. Lees hieronder mijn stukken onder elkaar. Na herlezing weet ik één ding zeker: ik ga in 2020 meer Reve lezen en, vooral, herlezen.

Eerste dag

Op zondagmorgen 22 december 1946 begint de debuutroman De Avonden van Gerard Reve (toen nog Simon van het Reve). Dat is vandaag 73 jaar geleden. Ik heb nooit ‘meegelezen’ met het boek zoals sommige Revianen doen: elk jaar op 22 december beginnen met hoofdstuk 1 en op 31 december eindigen met hoofdstuk 10. Doorgaan met het lezen van “De Avonden van Gerard Reve herlezen”

In de metro (47): Antiquarenleed

Er zitten twee meisjes tegenover me in de metro. Het ene leest een boek van Paulo Coelho. Ik kan de titel niet zien. Het andere leest Eat, pray, love. Als je het positief bekijkt: ze lezen. Als je eerlijk bent: ga lekker op je telefoon kijken. De pocket van Eat, pray, love is behoorlijk voddig, het meisje is er niet heel erg voorzichtig mee geweest. Of is het een tigstehands exemplaar? Een al door heel veel vriendinnen voor haar verslonden doorgeefboek? Ik heb nog nooit een boek van Coelho of van Elizabeth Gilbert gelezen. Doorgaan met het lezen van “In de metro (47): Antiquarenleed”

Paul Demets en de paradox van de liefde voor poëzie

Dit is een gedicht. Je herkent deze tekstsoort over het algemeen aan de onwil om de regel helemaal uit te vullen en aan de grote hoeveelheid witregels. Wat het taalgebruik betreft: als vaagheid en een zekere hang naar mooie formuleringen die niet per se iets willen betekenen de boventoon voeren: grote kans dat het dan een gedicht betreft. Ik denk dat we deze tekst van Paul Demets, door mij gelezen op Neerlandistiek, en genomen uit de bundel De klaverknoop waarvoor Demets de Jan Campert-prijs kreeg, daarom met een gerust hart ‘een gedicht’ kunnen noemen, zeker omdat Demets zelf dat ook doet. Het ding heet ‘Haas’: Doorgaan met het lezen van “Paul Demets en de paradox van de liefde voor poëzie”

Een geringe wig van klaarte

Ik ken iemand die Paul van Ostaijen spaart. Mensen die boeken van schrijvers sparen, lezen niet. Tenminste, dat denk ik altijd. Lezen houdt maar van kopen af, zegt die vriend altijd. Het heeft jaren geduurd voordat ik die uitspraak thuis kon brengen. Pas na lezen van Verzonken boeken van Gerrit Komrij viel bij mij het kwartje: ‘De bibliofiel leidt een deerniswekkend bestaan. Geen sprank hoop dringt ooit in zijn leven door. Hij is een toonbeeld van geestelijke stilstand. Hij leest nooit eens een boek. Want lezen houdt maar af van kopen.’ Doorgaan met het lezen van “Een geringe wig van klaarte”