In de metro (40): naar de kapper

In de metro zitten mensen met hardloopkleren aan. Dit weekend wordt een marathon gelopen door de binnenstad. Ik ben onderweg naar de nieuwe kapper. Mijn haar is te lang geworden. Ik lijk wel een hippie. Jammer genoeg is de vaste kapster, die mijn haar de afgelopen jaren in een kapsel veranderde, op een dag verdwenen bij haar werkgever. Zonder een nieuw adres op te geven. Nu ga ik dus voor het eerst naar een nieuwe kapper, ik ben een beetje nerveus.

De opvolger van mijn vorige kapster, bij wie ik terechtkwam omdat mijn vaste kapster echt heel plotseling verdween en ik toch al een afspraak had, heeft er de vorige keer een beetje een bende van gemaakt. Alles hangt recht en degelijk aan mijn hoofd. Ik moest een keer terugkomen om de achterhoofdzijde te laten bijwerken. Het irriteerde hem, dat ik terugkwam. Hij vond het niet terecht dat ik klachten had. ‘My diploma is hanging over there.’

Ik heb geoefend op de zinnen die ik uit ga spreken om mijn wensen te onderstrepen. ¡No pasarán! Op mijn vijfentwintigste was ik bang dat ik kaal zou worden. Ik zag plotseling inhammen – Geheimratsecken – verschijnen. Het begin van het einde! Straks zou ik lijken op al die oude mannen, een krans haar om hun verder kale schedel. Nu, op mijn vierenvijftigste, is het meeste haar er nog, al hebben de hoeken zich verdiept en is de begroeiing minder uitbundig dan dertig jaar geleden. Niet alles zit altijd tegen.

Een man die tegenover me zit begint proef te lopen. Hij trappelt met zijn voeten, als een baby. Een baby in stretch-lycra. Soms maakt hij geluid. Oe en oempf. Iedereen in de coupé kijkt weg. Het is alsof je iemand ziet masturberen zonder dat die persoon het in de gaten heeft. De man loopt steeds sneller: zijn draf gaat over in woest getrappel. Straks komt het hoogtepunt. Hij schreeuwt een zin. Ik vermoed dat hij Deens, of Zweeds, spreekt. Na de schreeuw valt alles stil. Onder zijn oksels twee donkere plekken.

Ik was zes jaar en ging met mijn opa naar kapper Karel in Leveroy. Mijn haar moest niet te kort worden geknipt, vond ik. Dat zei ik tegen Karel. Die keek mijn opa vervolgens aan. Mijn opa deed alsof hij even nadacht en zei: ‘Doe maar lekker kort.’ Twintig minuten later stonden we buiten, mijn haar nog net niet gemillimeterd. Ik was woest. Huilend fietste ik achter mijn lachende opa aan naar huis. Mijn haar was me afgenomen. ‘Toch staat het heel mooi,’ zei opa. ‘Ik wil niet kaal zijn,’ schreeuwde ik.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s