Ze verdienen te veel – bij de verjaardag van mijn vader

Vandaag is mijn vader jarig. Hij is nu 86. Ik had hem vanochtend aan de telefoon. Mijn vader is niet iemand die veel spreekt en aan de telefoon is hij nog iets korter dan meestal. Daarom had ik vooraf een tactiek uitgestippeld, gebaseerd op zijn mopperlust.

Ik begon over zijn favoriete voetbalclub, AJAX. Daarmee wist ik hem aan te zetten. Het was… nou ja, hij had geen woorden voor de manier waarop ze de wedstrijd van afgelopen week hadden weggegeven. Ondertussen had hij er toch aardig wat woorden voor, ons gesprek duurde al zeker drie minuten langer dan in de meeste gevallen, als hij na een paar zinnen zegt: ‘Ik zal je moeder geven.’ Doorgaan met het lezen van “Ze verdienen te veel – bij de verjaardag van mijn vader”

Dagboeknotities in nieuwe nummer Extaze

Op 16 mei wordt het nieuwe nummer van literair tijdschrift Extaze, nummer dertig alweer, gepresenteerd. Het thema: ‘dagboek’. Mijn bijdrage aan het nummer bestaat daarom uit dagboeknotities onder de titel: Die ene keer dat ik een geslachtsziekte dacht te hebben. Mijn tekst begint zo:

Groenlandse haaien leven in de koude regionen van de Atlantische Oceaan en kunnen wel zeven meter lang worden. Ze planten zich pas voort als ze honderdvijfig jaar zijn. Eerder zijn ze niet geslachtsrijp. Het heeft iets te maken met hun koudbloedigheid, waardoor ze een wat trage stofwisseling hebben. Voordat ze die leeftijd bereiken zijn ze vaak al het het slachtoffer van bijvangst in de visserij.

Lees hier meer over de presentatie – en! – koop het tijdschrift.

Essay over Paul Leppin in De Parelduiker

Het nieuwe nummer van De Parelduiker, 2019/2, is net verschenen. In dit nummer onder meer aandacht voor de oorlogsdagboeken van Bert Schierbeek en over het verslag dat Gerard Reve in 1946 schreef over de Tegelse Passiespelen. Mijn bijdrage (mijn eerste bijdrage aan het blad, wat me met enige trots vervult) gaat over Praag en over de Duitstalige auteur Paul Leppin. Ik citeer:

Paul Leppin (1878-1945) was een Duitstalige, Tsjechische auteur. Net als de beroemdere tijdgenoten Franz Kafka, Gustav Meyrink en Alfred Kubin koos hij ervoor in het Duits te schrijven, en dat in een stad en een land waarin de Duitse taal al op haar retour was. De literatuur uit deze periode van ‘neergang’ is ongewoon rijk en in Nederland helaas zo goed als onbekend, zoals Chrétien Breukers in dit essay laat zien.

Koop en lees De Parelduiker >>

In de metro (40): naar de kapper

In de metro zitten mensen met hardloopkleren aan. Dit weekend wordt een marathon gelopen door de binnenstad. Ik ben onderweg naar de nieuwe kapper. Mijn haar is te lang geworden. Ik lijk wel een hippie. Jammer genoeg is de vaste kapster, die mijn haar de afgelopen jaren in een kapsel veranderde, op een dag verdwenen bij haar werkgever. Zonder een nieuw adres op te geven. Nu ga ik dus voor het eerst naar een nieuwe kapper, ik ben een beetje nerveus. Doorgaan met het lezen van “In de metro (40): naar de kapper”

In de metro (39): Balkenendenorm

Ik zit nu te kort in de metro om goed te kunnen lezen. Dat irriteert me. White van Bret Easton Ellis versnippert op deze manier. Ik lees een bladzijde per keer, elke dag twee of maximaal drie bladzijden – dit wordt een project dat tot in de herfst kan doorlopen. Soms lees ik dan maar helemaal niet en kijk om me heen. ‘Faces look ugly when you’re alone.’ Tegenover me zit een moeder met twee dochters. De meisjes trekken zich niets aan van de vrouw, die steeds wanhopiger probeert om een vorm van gezag te vestigen. Doorgaan met het lezen van “In de metro (39): Balkenendenorm”