Toon Tellegen en het vergeten

Rutger stuurt me een jpg. Geen foto van een persoon of ding, maar een foto van een pagina uit een boek. Uit een boek van Toon Tellegen. Ik schrijf het gedicht op die pagina (op die foto) even over:

Straffeloos

Ik zal je vergeten en weer ontmoeten.
Ik zal je vergeten, ontmoeten en weer vergeten.
En ik zal je weer ontmoeten.

Ik zal je vergeten en weer vergeten en weer vergeten,
ik zal wandelen door dozijnen parken,
lichtgroene, violette en roze parken, onopvallend,
in de regen.

’s Avonds zal ik je weer vergeten.

De treden zullen niet meer weten
wie je bent.
Maar zij zullen kraken.
De voordeur zal weer aarzelen.

Een vriend van me zei vroeger wel eens: ‘Als je dood gaat, kijk ik je nooit meer aan.’ Het is deze onmogelijke vorm van negeren waarover in Tellegens gedicht gesproken wordt.  Het woord ‘vergeten’ komt zeven keer voor, waardoor we veilig kunnen aannemen dat de twaalf regels over een onvergetelijk iemand willen vertellen. Het gedicht is van een opgewektheid die me bijna aan het huilen maakt. Iets wordt hier zo hardnekkig beleden dat het ontroert. Vooral regel vier is heel erg: ‘Ik zal je vergeten en weer vergeten en weer vergeten’.

Ik liep deze week door een park. Het pad dat ik volgde ging langzaam omhoog, of eigenlijk ging het pad redelijk snel omhoog, ik liep mopperend door dat park, stom park, steile heuvel. Maar! Straks is er dat uitzicht en dat, hoewel ik het van ontelbaar veel foto’s ken, vergoedt alles. Dan is alles vergeten. Mijn gezelschap stak een sigaret op tijdens het klimmen. Mijn gezelschap van die dag is ongezonder dan ik en heeft een onverwoestbare conditie. De rook die mijn neusslijmvliezen bereikte, bedwelmde me bijna.

Ooit heb ik Toon Tellegen geïnterviewd, in Nijmegen op een zolder. Het was een aardig interview denk ik, al had Tellegen niet idioot veel zin om antwoord te geven. Hij maakte een wat gehinderde indruk. Wat hij wel heel goed kon: de liefhebbers van zijn werk in audiëntie ontvangen. Kinderen, jongeren, volwassenen, iedereen ontving verlossende woorden en een handtekening. Ik bewonderde hem. Hij is een schrijver voor alle leeftijden. Ik kan niet zeggen dat ik alles van hem heb gelezen, maar ik heb wel aardig wat van hem gelezen, en veel van wat ik las vind ik nog steeds erg goed.

In het gedicht ‘Straffeloos’ werkt Tellegen in de eerste drie strofes een thema uit. In strofe vier gaat hij daar nog drie regels mee door. Daarna verlegt hij het perspectief: ’De treden zullen niet meer weten / wie je bent. / Maar zij zullen kraken. / De voordeur zal weer aarzelen.’ Wat er in de eerste drie regels gebeurt, kunnen we ons heel goed voorstellen: traptreden die zich de voetstappen van een geliefd persoon nog ‘herinneren’.

Dan komt die voordeur.

Door een voordeur kun je naar binnen komen, of je kunt erdoor vertrekken. We weten niet omtrent welke beweging er in dit gedicht wordt geaarzeld: een beweging naar binnen of een beweging naar buiten, een terugkeer of een (hernieuwd) afscheid. Misschien wordt er wel helemaal geen beweging gemaakt en aarzelt die voordeur alleen maar. Zomaar. De dichter vergat ons te vertellen hoe het zit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s