In de metro (38)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het is erg druk in de metro op Stille Zaterdag. Er zijn veel dingen gekocht en die moeten naar huis. Een meisje praat tegen haar hond. Die ligt op de grond en kijkt alsof hij gedwongen wordt om naar dierenporno te kijken. Ik lees op mijn telefoon via de KOBO-app een boek van Benjamin Balint, Kafka’s laatste proces. De figuur Max Brod intrigeert me. Hij schreef bijna 100 boeken en wist van zichzelf toch dat hij niet geniaal was, minder geniaal in elk geval dan zijn grote vriend Kafka. Hoe het proces precies gaat verlopen weet ik nog niet, maar het verbaast me dat Duitsland en Israël vechten om de laatste snippers Kafka. Kafka was namelijk een Tsjech, en hoort daarom thuis in Tsjechië. Helaas verstaat niemand hem hier meer – een kafkaësk lot.

Ik kijk op een nieuwssite en zie een advertentie die een honderd procent happiness garantie belooft. Daarna kijk ik naar een foto van * op Facebook, ze draagt een jurk, kousen, een hoog-gesloten t-shirt en mooie schoenen. Misschien zou zij voor negentig procent happiness garanderen, in elk geval een maand of twee. Ik swipe, lees berichten en verveel me. Kafka dan maar weer. Kafka vond zijn eigen werk meestal niet goed genoeg. En anders dan Brod was hij er niet geil op om te publiceren. Het zei hem niets. Hij was te neurotisch om zich vast te leggen. Brod ging naar bordelen en hing daar de gebraden haan uit. Kafka ging met hem mee en ‘snakte naar een simpele streling’. Dat laatste vind ik week. Kafka was niet vrij van weekheid. Alleen in zijn proza was hij volledig zichzelf, de altijd naar boete verlangende en zoekende veroordeelde die marmeren zinnen schreef. Wat een ellende.

Morgen is de Amstel Gold Race. Ik erger me al op voorhand aan Herman van der Zandt, die grappige items zal hebben gedraaid. Vol met feitjes die iedereen al honderd jaar kent en die worden gebracht alsof Herman de Da Vinci Code onthult, of de uitslag van Wie is de Mol verraadt. En dat meisje dat altijd zo hard schreeuwt en die neef van Jean Nelissen. Ik wil niet. Ik wil er ook niet aan denken. Toch ga ik naar de Nederlandse televisie kijken, want het Vlaamse commentaar is sinds Michel Wuyts echt onverdraaglijk. Poëtisch bedoeld proza uit de hel, alsof Tommy Wieringa is geredigeerd door Dimitri Verhulst. Waar maak ik me eigenlijk druk om? Ik kan gewoon naar de wedstrijd kijken; die wordt niet minder van het gezeur eromheen.

De hond moet opstaan. Dat wil het meisje. Ik lees dat Kafka in het Goethehaus in Weimar is geweest met Brod. Ik ben daar ook geweest, twee keer zelfs. Ik herinner me de stad heel goed: het is alsof iemand een stad heeft gedroomd die daarna, bij toeval, in het echt is gaan bestaan. Weimar is de meest droomachtige stad die ik ooit heb bezocht. We logeerden de eerste keer aan het Frauenplan, schuin tegenover het Goethehaus. Later, weken na de vakantie, zei Tamar aan tafel: ‘En toen hij bijna dood ging, zei Goethe: ‘‘Meer licht.’’’ Daarna nam ze een hap van haar sperziebonen. De hond staat op en kijkt nog steeds heel droevig. Het meisje trekt aan zijn oor. Hij kijkt naar haar op en zucht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s