Het Leger des Heils en de schakelkast

Ik sta in de hal van mijn flatgebouw en zoek op het mededelingenbord naar het nummer van de technische dienst. Toen ik vanochtend wilde gaan douchen en de lamp in de badkamer aandeed, sloegen alle stoppen door en ik weet niet waar de schakelkast van mijn appartement zich bevindt. Ik vermoed naast de voordeur, maar de kast die daar hangt lijkt heel erg op slot. De deur ervan geeft niet mee. Vroeger had je gewoon stoppen, die je ergens in kon draaien, en geen dichte deuren. Dat was veel handiger. Vermoedelijk zie ik er een beetje verwilderd uit. Ik heb mijn haar nog niet gekamd en mijn kleren van gisteren aan.

Als ik het nummer heb gevonden, spreekt de persoon die ik aan de lijn krijg geen Engels. Mijn Tsjechisch is niet opgewassen tegen mijn probleem dat met veel voorzetsels en plaatsbepalingen gepaard gaat. We gebruiken het woord nerozumím allebei het vaakst. Wat te doen? Laten we maar ophangen. Ik sta nog een paar minuten naar het mededelingenbord te kijken en zie dat de conciërge er over zes dagen weer is, van drie tot vijf in de middag, net als ik op het werk ben. Ik draai me om en wil de deur naar het trappenhuis en de liftkooi openen. Drie mensen zijn me aan de andere kant van de deur net voor, een man en twee vrouwen. Ze zijn gekleed in een soort uniform en hebben instrumentkoffers bij zich.

We groeten. De mensen blijven staan. Ze spreken Engels. Ik zie aan hun epauletten dat ze van het Salvation Army zijn, het Leger des Heils. Ik denk aan de documentaire die ik laatst zag op de Nederlandse televisie, over seksueel misbruik binnen de eigen rangen. Vaders en ooms met dochters, dat werk. De drie mensen zijn uitermate vriendelijk tegen me. Ik heb geen zin om plotseling principieel te gaan doen en de schanddaden met ze te bespreken. De afwezigheid van elektriciteit in mijn flat is de hoofdzorg. Straks ontdooit het vriesvak van mijn koelkast. Minstens voor drie dagen eten weg. Dat is pas zonde.

In een openhartige bui leg ik de drie soldaten mijn probleem voor. Ze beginnen opgelucht te lachen. Oh ja, nee, dat hebben zij ook een keer gehad. Woont u dan hier? Jazeker, op de derde. Het betreft, legt de man uit, een tijdelijk samenlevingsverband tussen hem, zijn echtgenote en haar nicht. Ze zijn hier om hun Tsjechische collega’s bij te staan in something. Ik denk nog een keer aan de documentaire. De drie mensen zien er glanzend uit, gelukkig, weldoorvoed en vol vertrouwen. Misschien is het allemaal ergens goed voor. De man legt me uit wat ik moet doen. Die kast zit niet echt dicht. Je krijgt hem met een schroevendraaier open. Schakelaar naar beneden en naar boven: alles weer in orde.

Gelooft u in God, vraagt de echtgenote. Ik ben katholiek, zeg ik. Ze deinzen achteruit, maar hun goedmoedigheid overwint. ‘Dat geeft niet,’ zegt de nicht van de echtgenote. ‘God is er voor iedereen.’ ‘Omdat we zo fijn gesproken hebben met elkaar,’ zegt de man, ‘zullen ze nu een hymne voor u zingen.’ De vrouw en haar nicht halen een tamboerijn en een gitaar tevoorschijn. Ze stemmen en doen even van mi-mi-mi en zingen dan een lied. Ik heb geen idee welk. Het duurt heel erg lang. Ik weet me niet goed raad met mijn houding. Als het uit is, applaudisseer ik. De man zegt: ‘Halleluja’, wat door de vrouwen wordt herhaald. Daarna bergen ze hun instrumenten op en gaan ze naar buiten, de wijde wereld in.

Die kast zit inderdaad niet echt dicht. Ik krijg hem met een schroevendraaier open. Schakelaar naar beneden en naar boven: alles is weer in orde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s