Een paar valiezen op het vliegveld

Ik sta te wachten op de bagage. Het duurt lang. De vlucht naar Praag is al een half uur binnen. De mensen die met mij wachten, zitten op een bank en kijken voor zich uit. Er is iets landerigs in iedereen gevaren. In iedereen? Nee, één Vlaming is ongebroken. Hij zaagt aan één stuk door over die poar valiieeezze die nu toch pertang (of zoiets) al lang hadden kunnen worden op die-jen baaaand geset, nou ja, het houdt maar niet op. Omdat ik hem bijna panisch van afkeer aankijk, denkt hij dat we contact hebben en richt hij zich steeds tot mij. De andere mensen ontwijken hem. De man draagt oordopjes. Hij is bijna doof. Soms zeg ik iets als ‘Nog een jaar of tien en dan kun je zelf op een band gaan liggen.’ Wa zeegde gij? Ik zeg niks. ‘De Vlaamsche tale is wondersoet voor die heur geen geweld en doet’–alleen doet deze man heur geweld en aan.

De man gaat verhaal halen bij de bagagebalie. Daar vertellen ze hem dat het nog even kan duren, want er zijn omstandigheden. Welke omstandigheden dat toch kunnen zijn, wil hij van mij weten? Ja, welke? ‘Misschien is er wel een mannetje zoals jij onder de kar gekomen en zijn ze nu bezig om het bloed en de haren van de banden te wassen.’ Wa zeegde gij? Ik weet het ook niet meneer. Drie kwartier al. De tijd gaat langzaam als je moet wachten op iets wat er al had kunnen zijn. Ik wijs de man op de routebeschrijving naar een kantoor waar hij een echte klacht kan indienen. Dat kantoor ligt op een andere verdieping en is heel ver weg. Het heeft nu geen zin om daar heen te gaan, maar misschien later, of morgen. Dat vindt de man een goed idee, echt, bedankt. Graag gedaan.

We wachten een uur. Van sommige mensen begin ik me al af te vragen of ze aardig zijn. Ik bekijk een moeder met een jong kind, dat steeds over de band probeert te lopen. Het mag niet. Niemand heeft zin om er iets van te zeggen. Die band staat toch stil. Niemand lacht nog om het kind, dat elke keer toch opkijkt of we hem wel zien. Er gebeurt iets: de man neemt van het ene moment op het andere een besluit. Hij gaat naar dat kantoor. Het is genoeg geweest. Hij schuift uit zicht, gelukkig maar, kijk, hij is al boven op de roltrap, de draaideur door en poef, alsof je hem nooit hebt gezien en gehoord. Dag irritant mannetje. Net dan begint het waarschuwingslicht op de band te knipperen en worden de eerste koffers op de band gespuwd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s