Het imago van Karl Lagerfeld – en carnaval

Op Facebook zie ik een foto van mezelf, tijdens het carnaval van 1977. Ik ben de linkse rode pruik, de rechtse is mijn broer Eric. Het is het carnaval waarover ik in Een zoon van Limburg heb geschreven (zie hier voor het betreffende hoofdstuk). Kijkend naar de foto ben ik onmiddellijk terug op die plek. Het gebouw achter ons is het fietsenhok van de lagere school. De opening links geeft doorgang naar het speelterrein. Het gebouw en het speelterrein zijn verdwenen, net als de oude school, die in mijn jeugd nog een nieuwe school was. Er staan nu bejaardenwoningen. Doorgaan met het lezen van “Het imago van Karl Lagerfeld – en carnaval”

In de metro (33)

Ik probeer een boek te lezen in de metro. Het is geschreven door Richard Brautigan, heet An unfortunate woman en het is, net als alle andere romans van dezelfde auteur, een roman én geen-roman. De auteur breekt soms in in zijn boek, om commentaar te leveren op wat hij schrijft, en op het schrijfproces. Het verhaal springt van de hak op de tak, het ‘gaat’ over een auteur die in het huis woont waar een vrouw, waarschijnlijk een vriendin van de auteur, zich heeft opgehangen. En over een vrouw die aan kanker aan het sterven is, ergens, ver weg. Doorgaan met het lezen van “In de metro (33)”