De Kasteelweg in Baexem

Ik ben in Baexem. Daar ligt, aan de Kasteelweg, een crematorium. In Baexem kun je weinig doen, maar je kunt er dus wel iemand laten cremeren. Als ik de straat in word gereden door een schoolvriend uit de jaren zeventig en tachtig, denk ik: Volgens mij bén ik hier al eens geweest. Het duurt even en dan weet ik het. Ik was er inderdaad. Bijna vijf jaar geleden; niet in het crematorium, maar wel in het aan de Kasteelweg gelegen Kasteel van Baexem. Met Leonie. We waren uitgenodigd voor een cultureel weekend. Ik moest er voorlezen. We waren heel erg verliefd.

Achter het kasteel is een Mariakapel. Mensen hadden daar toen allemaal kaarsjes en knuffelbeesten en zelf getimmerde bordjes ingezet. Er lagen overal briefjes met teksten. ‘Heer neem mijn huidziekte weg. En let op tante Gonnie.’ Daar hebben Leonie en ik een selfie gemaakt, het was geloof ik mijn eerste selfie. Als je hem bekijkt, zie je twee mensen die gelukkig zijn. Toch klopt er iets niet helemaal. Ik maakte me zorgen over thuis, mijn thuis toen, en over wat daar allemaal op verschuiven stond.

Mijn schoolvriend mist de afslag naar het crematorium en vloekt. Als hij keert, hou ik me vast aan het dashboard. In 1987 ben ik met die vriend en nog een jongen op vakantie geweest naar Joegoslavië. In de dorpsgarage van Leveroy hadden we een Mitsubishi Sapporo gehuurd. Het leek wel een sportauto. Hij reed op gas en benzine. Soms haperde de motor, als er werd overgeschakeld op benzine. Elke keer was het afwachten of het ding er niet mee stopte. Eén keer stonden we plotseling stil, boven op een berg.

Toch was het een goede auto. In elk plaatsje in het toen nog communistische land hadden we veel bekijks. Er is een foto waarop ik, zittend op de motorkap, poseer. Er draaiden voortdurend meisjes om onze auto heen. Die meisjes dronken ’s nachts Slivovitsj in de discotheek. En ze rookten vieze sigaretten uit witte pakjes waar alleen een blauw vraagteken op stond. Ze hadden broers of vrienden of dorpsgenoten met ravenzwart haar.

Eén keer raakte ik tijdens die vakantie op weg naar de tent zo gedesoriënteerd dat ik door een heg ben gevallen. Bij het wakker worden merkte ik dat mijn vrienden me met mijn hoofd buiten de tent hadden gelegd, omdat ik hard snurkte door de drank. Ik sloeg mijn ogen voor het eerst op en zag een buurman met een stokbrood onder zijn arm uit de campingwinkel komen. De zon scheen op mijn hoofd dat vol met pijn zat.

Onder de douche bleek ik overal schrammen en bulten te hebben.

We staan in de hal van het crematorium. Er zijn veel mensen die ik van vroeger ken. We praten, maar hoe praat je een hiaat van dertig jaar weer dicht? Ik denk aan het kasteel. Aan Leonie. Aan de grote kamer waarin we logeerden. Het bed dat net zo groot was als een zaalvoetbalveld, we moesten echt ons best doen om bij elkaar in de buurt te kunnen liggen. Haar lichaam rook heel lekker, naar zweet en sigarettenrook en iets waar je parfum van kunt maken. Die geur maakte me rustig en bang tegelijk. Er hing iets in de lucht. Een verandering. Ik wist nog niet hoe drastisch die verandering zou zijn. Gelukkig niet.

2 gedachten over “De Kasteelweg in Baexem

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s