In de metro (36; in de taxi naar Den Haag)

Met F* zit ik in de taxi naar Den Haag, na een optreden van The Wild Romance zonder Herman Brood. Het was een afdeling in de krochten van de melancholie, naar de derde of vierde ring van de hel. Soms is het beter om je je jeugd je jeugd te laten en soms is het goed om er even in rond te kijken. Ik heb Coach Van Dijk voor het begin van het concert trekkebenend door een zaal zien lopen, zoekend naar iets.

Het is nacht. De chauffeur volgt een weg die nergens lijkt uit te komen, ver weg zien we de snelweg, heel even raak in in paniek en heb ik het gevoel dat we ergens naar toe worden gereden, een open plek in het landschap, dan moeten we uitstappen en op onze knieën gaan zitten, paf, paf, weg. Het gebeurt niet, de chauffeur vindt een oprit naar de bewoonde wereld.

Het is een boomlange Egyptenaar, onze chauffeur. Nadat we een minuut of wat hebben gezwegen, vraag hij aan F*: ‘En wat doet u voor werk? Bent u minister?’ F* lacht. Hij zegt: ‘Nee, ik verkoop boeken en die meneer achterin schrijft ze.’ De chauffeur slaat op die mededeling aan. ‘Ik wil ook boekhandelaar worden, echt wel, ooit.’ Even later schaalt hij zijn ambitieniveau op: ‘Eigenlijk wil ik schrijven. Boeken schrijven. Hoe doe je dat?’

Ik zeg dat gewoon beginnen vaak het beste is. Een bladzijde of dertig later zie je wel of het iets wordt, of niet. Dat vindt hij een goede tip. Ken ik Bukowski? Daar is hij fan van. Ik ken Bukowski. Hij zet een door een acteur voorgelezen verhaal van de schrijver op. Het is een terugblik op het schrijversleven, dat Bukowsk ooit begon om de ‘tiger off his back’ te krijgen. Alleen is hem dat op zijn zeventigste, niet idioot lang voor zijn dood, nog niet gelukt. ‘But I gave him a fight.

‘Je hoort het,’ zei ik. ‘Je moet de tijger van je rug af zien te krijgen.’ Hij knikt. ‘Weet u wat er op zijn graf staat?’ Ik zeg: ‘I tried.’ ‘Nee, nee, het is Don’t try.’ Verdomd. Dat klopt. Probeer het maar niet. Misschien is dat het allerbeste advies. Nu we er bijna zijn, vraag ik of hij nachtdienst heeft. ‘Ik heb altijd nachtdienst. Ik ben heel graag alleen.’ Hij denkt hier een paar seconden over na en voegt er dan aan toe: ‘Of met aardige mensen zoals jullie.’

Voordat we uitstappen, krijgen we een hand. Het was een mooie rit. ‘Bedankt voor de tips,’ zegt hij. ‘Jij ook,’ zeg ik. We sluiten de deuren en wachten even tot hij wegrijdt, om hem uit te kunnen zwaaien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s