Denk Goethe

Ik sla mijn ogen op en zit naast Laura op de achterbank van een taxi. De chauffeur ruikt naar koffiebonen en bedorven hooi. Veevoeder, uit een kuil. Laura kijkt naar het scherm van haar telefoon en is niet blij. Je kunt bijna meteen terecht, zegt ze als ze ziet dat ik wakker ben. Waar kan ik terecht, vraag ik. Bij de Spoedeisende Hulp. Ik eis geen spoed, zeg ik. Kijk nou maar uit, zegt ze. Straks zijn dat je laatste woorden. Denk Goethe.

Het is een beetje vreemd dat ik me in een auto bevind, met Laura en een taxichauffeur. Ik herinner me niet hoe ik erin terecht ben gekomen. Liep ik, zelf? Werd ik gedragen door Laura en de chauffeur? Door de chauffeur in zijn eentje naar de auto gesleept en daarna op de achterbank gepropt, waarna ik mezelf weer min of meer in de plooi wist te krijgen, zodat Laura naast me kon komen zitten?

De buurt waarin we rijden, herken ik niet. Ik ben nog nooit voor mezelf in het ziekenhuis geweest, in Utrecht. En zeker niet midden in de nacht. Het is donker en er is niemand op straat.

Laura is met iemand aan het praten. Volgens mij met haar man. Ze zegt dat ik in elkaar ben gestort (kom op) en dat ze me naar het ziekenhuis brengt. In een taxi, vul ik aan. Hou je mond, zegt ze. Ze valt bijna een minuut stil. Is goed, zegt ze. Maak maar iets warm uit de diepvries, vult ze aan. Ik bel wel als het voorbij is, besluit ze.

Vroeger kon ik eindeloos telefoneren. Echt uren aan één stuk. Hoe ging dat? Hoe deden we dat? Waarom? De chauffeur heeft muziek opstaan. Heel hard. Ik wil dat die muziek ophoudt. Dit is mijn auto, zegt hij. Laura port in mijn zij. Dat doet pijn, zeg ik heel zacht tegen haar. Hou daar eens mee op.

Ik denk aan En in de nacht een riem. Laura heeft het boek gelezen, in één van de vorige versies. Ze vond het saai. Ze vond dat ik beter kon. Ik kan er niet tegen als Laura dat soort dingen zegt, zelfs niet als ze gelijk heeft. Ze had gelijk. Dat wil niet zeggen dat ik het haar ooit vergeef. Hoewel, nee. Ik hoef haar niks te vergeven en áls het ooit nodig is, vergeef ik haar alles. Zelfs dat ze me midden in de nacht naar het ziekenhuis laat brengen.

Straks word ik in het ziekenhuis écht ziek.

Ik denk aan pijn. Aan pijn die wordt toegebracht. Aan pijn die wordt ondergaan. Leven gevende pijn. Heel veel verschil maakt het niet, pijn geven of pijn hebben. Iemand zei ooit tegen me: mensen die elkaar pijn doen, kunnen geen intimiteit verdragen. Ze had, vanuit haar standpunt, gelijk. Alleen heeft ze geen gelijk. Eerst was er heel lang niets en daarna was het er met Leonie en Jitka.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s