Fragment uit Het laatste testament van Frans Kellendonk

Er verschijnen zo verschrikkelijk veel vervelende biografieën (hier een paar voorbeelden noemen) dat het boek Het laatste testament van Frans Kellendonk van Arie Storm, hoewel geen ‘biografie in de strikte zin van het woord’, positief opvalt. Het boek heeft een sympathieke omvang, 144 bladzijden, en benadert de in een levensbeschrijving te vangen schrijver en zijn werk heel origineel, je moet soms even denken aan het boek over Gogol van Vladimir Nabokov. Een schrijver, overigens, waar Frans Kellendonk niet zo van hield, en Arie Storm wel.

Het boek is misschien geen biografie, het is wel een biografische roman, of een roman met biografische elementen, – het is een tekst, zoals er in het begin, niet zonder huivering, wordt gesteld. Het woord tekst is na de jaren zestig en de nouveau roman, en na de structuralisten, een beetje in de verdomhoek terecht gekomen, wat ik persoonlijk jammer vind. Ik vind het wel een fijn woord, tekst. Het geeft een naam aan het experimentele en het onvoltooide, iets waar Storm zich op zijn minst toe aangetrokken moet voelen.

De echte vondst van het boek, waarop het geheel (de tekst) werd gebaseerd, is dat Storm de stem van Kellendonk reconstrueert. Hij laat de overleden schrijver tot ons spreken, in een biografie die zich als roman heeft vermomd, of andersom, en via de woorden die Storm aan het scherm toevertrouwt. De stem kan ook over Arie Storm spreken, uiteraard, wat een aantal interessante passages oplevert waarin Kellendonk vertelt wat Storm vindt van de stand van zaken in de Nederlandstalige literatuur. Er komen een paar vaste boksballen tevoorschijn (Arthur Japin natuurlijk, Saskia Noort, Adriaan van Dis…), er wordt gemopperd over schrijvers die het vak niet serieus genoeg nemen, er is, kortom, genoeg te genieten in deze ‘confrontatie’ tussen de dode Kellendonk en de springlevende Storm.

Ik had het boek tot nu toe overgeslagen, en weet niet meer waarom. Na lezing ervan had ik meteen zin om weer eens door het Het complete werk van Kellendonk te bladeren.

Daar woonde ik, in de Bethaniënstraat, daar ben ik gestorven. Mijn biograaf dacht op die manier twee vliegen in één klap te slaan: aan het eind van mijn leven wilde ik nog een roman schrijven die losjes was gebaseerd op de feiten rond de moord op Kerwin Duijnmeier. In het voorjaar van 1987 had ik een reis gemaakt naar de Antillen om me te documenteren voor dat project. Aan het eind van dat jaar ontwikkelde de hiv zich tot aids. (Mijn woning in de Bethaniënstraat. Mijn biograaf heeft geen idee. De Bethaniënstraat is geen straat maar een straatje. Ik woonde in een huis op eenhoog. Ik had ’s avonds altijd licht aan, bij voorkeur werkte ik ’s avonds. Een televisietoestel bezat ik niet, toen niet meer. Kooiman kwam wel eens langs. Hij kwam altijd ongelegen, maar ik liet nooit iets merken.)
De film van mijn leven. Wanneer ik bloed zie vloeien in een film, dan reageer ik als een struisvogel op een rode lap, bij wijze van spreken, en moet snel wegkijken wil ik geen flauwte krijgen. Maar in het dagelijkse leven kan ik best tegen bloed, zolang het tenminste niet in overstelpende hoeveelheden op me afkomt. Mijn uiteenlopende reacties op bloed tonen aan dat de sfeer van de kunst en de sfeer van het leven veel minder met elkaar te maken hebben dan doorgaans wordt aangenomen in de discussies over representatieve kunst. In een film zit je in een gedetermineerde wereld. Wanneer daar bloed vloeit ben je machteloos. Daarom wil je eruit weg en word je beroerd. Op straat heb je de vrijheid om eerste hulp te bieden en een ambulance te bellen.
Mijn biograaf leek een beetje gespannen. Hij was echt iets aan het onderzoeken, en dat maakte hem nerveus. De Damstraat had hij weer snel verlaten en hij was de Bethaniënstraat in gelopen. Daar sprak hij een vrouw aan die net uit een huis kwam. ‘Weet u waar de schrijver Frans Kellendonk woonde? Hij was toen tien jaar jonger dan nu. Ik zou hem wel bij zijn arm willen pakken om hem het juiste huis te laten zien. Ik peins al heel lang over een manier om contact te maken, echt contact in de zin dat ik er ben, maar ik vrees dat het niet gaat lukken. Onze gedachten lopen op de een of andere manier in elkaar over, maar elkaar rechtstreeks aanspreken zit er niet in.

Een gedachte over “Fragment uit Het laatste testament van Frans Kellendonk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s