Shūsaku Endō (遠藤 周作 Endō Shūsaku)

Foto: Peter Owen, publisher

Vier boeken las ik van Shūsaku Endō. In volgorde: StilteDe SamoeraiJezus: het verhaal van een leven (alle drie bij Kok verschenen) en Het meisje dat ik achterliet (niet lang geleden verschenen bij Van Oorschot). Zijn boeken hebben hetzelfde effect op me als de films van Yasujiro Ozu – het verhaal is redelijk eenvoudig en wordt behoorlijk lang uitgesmeerd, en toch volg je het ademloos. Tot je de laatste bladzijde hebt omgeslagen / het laatste beeld hebt gezien. Stilte kocht ik op het vliegveld in Eindhoven, omdat mijn vlucht vertraging had. Die vertraging liep op tot drie uur en toch miste ik mijn vlucht bijna. Ik las. Doorgaan met het lezen van “Shūsaku Endō (遠藤 周作 Endō Shūsaku)”

Michaël Slory: enkele druppels van morgenzon

Ik kijk naar ‘En nu de droom over is’, een documentaire over Michael Slory, de op 19 december 2018 overleden Surinaamse dichter. Te zien is hoe Slory, bij het uitkomen van de film al over de zestig, door de straten van Paramaribo loopt. Hij probeert in eigen beheer uitgegeven dichtbundels te slijten. Ik vind het wel mooi, deze korte lijn tussen producent en consument, maar probeer je eens voor te stellen dat je voor de verkoop van je werk altijd van deze methode afhankelijk bent. Het enige goede is, dat het vele wandelen je gesteld in vorm houdt. Doorgaan met het lezen van “Michaël Slory: enkele druppels van morgenzon”

In de metro (26)

In de metro zit een man die op de Nederlandse dichter * lijkt. De Nederlandse dichter * is niet heel bekend. Hij schrijft wel heel veel, onder meer op zijn weblog. Soms lees ik dat. Het is heel gek, de stukjes die * schrijft zijn niet zo goed, een beetje zeurderig, een beetje cultureel-correct, een beetje ‘vroeger was alles beter’ en toch schrok ik er, als ik eenmaal bezig ben, een stuk of twintig achter elkaar naar binnen. Die stukjes zijn net als drop. Je wilt niet dooreten en je houdt pas op als de zak leeg is. Achteraf voel je je een beetje opgeblazen en neem je je voor: Dat nooit meer. Tot je na maanden weer een zak koopt of het adres van *’s weblog intypt. Doorgaan met het lezen van “In de metro (26)”

Terugblik op 2018

Ik herinner me dat ik koortsdromen had en dacht dat ze echt waren.

Ik herinner me dat ik tegen de lange winter had opgezien. Tegelijkertijd had ik ernaar verlangd. Ik herinner me de opluchting toen het eindelijk -10 was. En de opluchting toen de winter na een week besloot dat het wel mooi was geweest.

Ik herinner me dat ik na twee weken voor het eerst boodschappen ging doen, zo verzwakt dat een bejaarde kon voordringen zonder dat ik protesteerde.

Ik herinner me dat ze vertelde over haar nieuwe liefde, met wie ze Netflixseries keek, alleen: er gebeurde nog niet veel anders dan dat en daar hield ze niet van. Ik probeerde er een grapje over te maken. Dat werd niet gewaardeerd.

Ik herinner me de spaghetti aglio olio in Coloseum, gegeten op het dakterras met uitzicht op Anděl.

Ik herinner me dat ze een glas prosecco bestelde en zich later bedacht. Ze had liever groene thee. Ik herinner me de verwarring waar de ober aan ten prooi was.

Ik herinner me dat Keith Richards het podium op kwam lopen en Street fighting man inzette. Ik herinner me dat ik toen bijna moest huilen.

Ik herinner me dat ik het woord spisovatel wilde leren uitspreken. Ik herinner me dat mijn lerares elke keer als ik het probeerde begon te lachen.

Ik herinner me de schrijver die vertelde dat hij na een lezing was blijven slapen bij de organisatrice. Hij had een leuke nacht gehad. Ik vroeg hem wat zijn echtgenote er van vond. Die had hij niets verteld. Mijn verbazing hierover verbaasde me. Nog vreemder keek ik naar mijn verontwaardiging, die moreel van aard was. Vroeger was ik verbaasd noch verontwaardigd geweest.

Ik herinner me dat ik probeerde verliefde te worden. Ik herinner me dat het niet lukte.

Ik herinner me dat ik koffie dronk in een heel mooi klein koffiehuis, dat ik daarna nooit meer heb kunnen terugvinden.

Ik herinner me het reuzenrad in Brussel.