In de metro (29; in de trein van Schiphol naar Den Haag)

In de trein van Schiphol naar Den Haag verbaas ik me over de mooie nieuwe treinen die de NS blijkbaar heeft gekocht. Het geheel ademt een zinloze, en daarom hoge, vorm van ontwerpen uit. Je kunt er eigenlijk niks mee, met deze trein, behalve er in zitten en je redelijk comfortabel naar je eindpunt laten brengen. Deze trein is als een leven zonder wrijving en daar kan ik een half uur wel tegen. Naast me zit een man. Er groeien witte haren uit zijn neus. Als ik niet te vaak kijk, blijft mijn stemming onaangetast. Tot hij een appel uit zijn tas haalt en die een seconde of dertig opwrijft aan de mouw van zijn jas.

Misofonie is een aandoening. Als je die hebt, begrijp je wat de lijder eraan doorstaat. Als je die niet hebt, vind je de lijder eraan belachelijk. De meeste mensen lijden er niet aan. Ik wel. ‘Iemand die lijdt aan de aandoening misofonie heeft een overgevoeligheid ontwikkeld voor één of meerdere, vaak menselijke geluiden zoals smakken, snuiven, slikken, slurpen, kuchen en ademhalen. Deze vrij ‘nieuwe’ aandoening wordt nog volop onderzocht en is nog niet officieel erkend. Om die redenen nemen artsen deze klachten niet altijd serieus.’ Lees maar. Het bestaat.

Mijn misofonie trad aan het licht omdat ik mijn opa, van wie ik veel hield en die bij ons in huis woonde, niet kon horen eten. Zijn dubbele kunstgebit klepperde als een stel castagnetten, hij maakte tijdens het eten het geluid van een waterval die ook af en toe een stuk rotswand los woelt en mee naar beneden sleurt. Tijdens de maaltijden haatte ik hem. Het was een echte, diepe haat, en ik verloor me tijdens de uren dat ik met hem aanzat in fantasieën over de precieze manier waarop ik hem, om van het gesmak en geslurp af te zijn, zou vermoorden.

De man neemt een eerste hap. Mijn bewustzijn vernauwt zich. Ik word een oor dat moet luisteren naar het geluid dat mij het meest tegenstaat. Ik moet er niet op letten. Ik kijk opzij. De haren uit zijn neus. De mond die maalt. Wat als ik hem met mijn laptop een keer of tien op zijn hoofd sla? Zou het dan ophouden? Ik kan hem ook wurgen. Voordat iemand in de coupé kan ingrijpen, is het dan gebeurd. Ik neem me mijn eigen haatgevoelens kwalijk. Heel even. Dan zwellen ze weer aan. De man neemt hap na hap. Ik kijk hem nog een keer aan. Hij is duidelijk verbaasd. Waarschijnlijk is mijn gezicht enigszins vertrokken.

Als ik uitstap, zegt hij: ‘Een fijne dag nog.’ Het lukt me niet om hem te groeten. Ik zwijg tot ik buiten ben. Daar valt alles van me af en is het of er niets gebeurde. De zon schijnt. Overal heerst stilte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s