Michaël Slory: enkele druppels van morgenzon

Ik kijk naar ‘En nu de droom over is’, een documentaire over Michael Slory, de op 19 december 2018 overleden Surinaamse dichter. Te zien is hoe Slory, bij het uitkomen van de film al over de zestig, door de straten van Paramaribo loopt. Hij probeert in eigen beheer uitgegeven dichtbundels te slijten. Ik vind het wel mooi, deze korte lijn tussen producent en consument, maar probeer je eens voor te stellen dat je voor de verkoop van je werk altijd van deze methode afhankelijk bent. Het enige goede is, dat het vele wandelen je gesteld in vorm houdt.

Hij was een idealist, Slory, en daarom heeft hij veel geleden. Dichter zijn is al geen feest. Dichter zijn in Suriname lijkt me eerlijk gezegd nog erger. In welke taal moet je schrijven? Welke mensen zijn in je werk geïnteresseerd, en welke mensen hebben liever dat je je snavel houdt? Waarom schrijf je eigenlijk? En dan ook nog in een taal die door bijna niemand wordt gesproken? Links was hij ook nog, Slory, en hij geloofde in het Sranang als eenheidstaal. Kortom, hij geloofde in dingen, tegen de keer, iets waar hij op een ontroerende manier een deel van zijn levensgeluk voor opofferde. Hoewel, misschien was die opoffering wel zijn levensgeluk.

Op de weblog van Caraïbisch Uitzicht staat het in memoriam dat Toef Jaeger schreef voor de NRC. Ze citeert Pim de la Parra. ‘(…) De man die me in een vorige fase van mijn leven had geleerd om altijd mezelf te zijn, was nu niet meer wakker genoeg om zichzelf te zijn. Dat deed me steeds weer pijn. Het is misschien de belangrijkste les die ik kan leren van Michael Slory. Ondanks het feit dat de republiek Suriname zijn inwoners niet veel opbeurende perspectieven kan bieden, zal ik me niet laten desillusioneren, zoals duidelijk het geval was met Slory.’ De la Parra en Slory: twee grote kunstenaars, twee grondhoudingen, maar op hun manier allebei ‘naïeve’ kunstenaars.

Ik ken natuurlijk lang niet al het werk van Slory en wat ik heb, kan ik hier niet allemaal inzien. Ik ben nog nooit in Suriname geweest. Maar nu blader ik nog eens door Ik zal zingen om de zon te laten opkomen, een door Michiel van Kempen samengestelde, tweetalige bloemlezing die op DBNL staat. Meteen valt me het gedicht Orfeu negro’ weer op, waaraan de titel is ontleend. Dat blijft toch heel mooi. Misschien was hij bij het schrijven daarvan nog niet gedesillusioneerd, of misschien is die desillusie alleen schijn. Het lichaam kon de zang op den duur gewoon niet meer bijhouden.

Ik zal zingen
om de zon
te laten opkomen,
wanneer de sterren weggewassen zijn
uit de lucht.
Ik zal zingen
in wolken van oranje,
bespikkelde lendendoeken van roodblauw,
zwart, dat zich niet langer kan staande houden
wanneer mijn zon aankomt;
een gele boodschap
voor allen die nog in hun kampen liggen,
voor allen die blind zijn van slaap…
Ik zal zingen
om de zon
te laten opkomen,
vanuit het water
dat zo eindeloos breed is,
totdat jullie naar buiten komen
om te luisteren
naar het bericht dat vanuit mijn hart
naar buiten breekt:
enkele druppels van morgenzon.

Werk van en over Michaël Slory wordt in Nederland uitgegeven door In de Knipscheer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s